IK-werk aan werkplezier

Blog artikelen


Do's & Don'ts voor échte Doeners

Geplaatst op 1 november 2018 door Petra van Reek

 

Veel mensen die ik coach zijn slimme resultaatgerichte Doeners met een positieve instelling. Ze zijn vaak hoogopgeleid, hebben een goede baan en leiden een vol en actief leven. Problemen zien ze als uitdagingen om zo snel en zo goed mogelijk op te lossen. Deze positieve en daadkrachtige houding brengt ze veel in werk en privé: een goede baan, veel waardering, een mooi huis, veel vrienden, leuke uitjes, etc. Vaak gaat het lang goed met ze, totdat het ‘ineens’ niet meer gaat. Ze zijn op, uitgeput. Ze kunnen zich niet meer aanzetten tot werk. Het lukt gewoon niet meer. 
 
Dé druppel kan van alles zijn. Niet zelden gaat het om een ingrijpende gebeurtenis, zoals een verhuizing, scheiding, ziekte of overlijden van een naaste. De druk op emotioneel vlak neemt toe, ‘doen’ helpt niet meer en vage klachten ontwikkelen zich: hoofdpijn, vermoeidheid, concentratieproblemen, irritatie, lusteloosheid etc. Maar deze klachten kunnen ook optreden zonder dat er een ingrijpende gebeurtenis heeft plaatsgevonden.
 
Hoe kan het nou dat juist deze ogenschijnlijk sterke mensen, die altijd lijken te bruisen van de energie, voor iedereen klaarstaan en overal oplossingen voor lijken te hebben, klachten ontwikkelen en soms zelfs op het werk uitvallen? En wat kun je doen om dit te voorkomen?
 
Zelfsturing is de crux. Bij zelfsturing gaat het erom dat je je ‘doen’ afstemt op je ‘denken’ en ‘voelen’ terwijl je rekening houdt met je omgeving en anderen. Anders gezegd: je hebt je ‘voelsprieten’ op de ander én jezelf gericht.

 

Met name Doeners zijn vaak niet zo goed in zelfsturing, is mijn ervaring. Ze zijn vaak zo gefocust op ‘doen’ dat ze helemaal niet stilstaan om na te denken en te voelen.

 

Laat ik voor de duidelijkheid een onderscheid maken tussen twee typen Doeners: de daadkrachtige Doener en de dienstbare Doener. Beide typen handelen te omgevingsgestuurd en hebben te leren meer zelfgestuurd te handelen, maar op een andere manier. Je kunt ze ook allebei in jezelf herkennen. Dan is het helemaal belangrijk om alert te zijn op je zelfsturing.

 
De daadkrachtige Doener
Dit type Doener wil gewoon dóór, liefst in één rechte lijn van doel naar resultaat, van A naar B. Laat ik een eigen huis-tuin-en-keukenvoorbeeld geven (letterlijk). Dan wordt duidelijk wat een te grote focus op ‘doen’ oplevert in positieve én in negatieve zin. Een paar weken geleden ging ik naar mijn moeder met als doel een grote kast op te ruimen. Eenmaal bezig ging het zó lekker dat ik meteen maar ‘even’ de keuken en tuin heb gedaan. Met als gevolg dat het ‘ineens’ 20.00 uur was, we nog niet hadden gegeten en ik nog 1,5 uur naar huis moest rijden. Geen probleem, dacht ik op dat moment nog. We waren allebei vooral heel blij met het eindresultaat. Je had die keurige kast, tuin en keuken eens moeten zien! Maar eenmaal thuis voelde ik ‘ineens’ de honger en vermoeidheid. Ik was dus teveel gefocust geweest op het ‘doen’ en vergat af en toe pauzes te nemen om even te voelen (mijn honger, vermoeidheid en stijve rug) en te denken (Hoe laat is het? Hoe laat moet ik stoppen als ik om 18.00 uur thuis wil zijn? Wat is nu wijsheid? Hoe erg is het als die kast vandaag nog niet helemaal opgeruimd is?). Als ik mezelf bewuster had aangestuurd en dus mijn ‘doen’ beter had afgestemd op mijn ‘denken’ en ‘voelen’ (én op het ‘denken’ en ‘voelen’ van mijn moeder) had ik meer pauzes genomen en was ik eerder gestopt om vervolgens een andere keer terug te komen om het af te maken. Gelukkig had ik de volgende dag een thuiswerkdag, zodat ik alsnog de gelegenheid had om rustig bij te tanken en vooral hiervan te leren.
 
De dienstbare Doener
Dit type Doener heeft de voelsprieten meer op de wensen en behoeften van anderen gericht dan op die van zichzelf. Ik denk aan een coachee die het heerlijk vindt om als ‘troubleshooter’ te functioneren. Heb je een probleem? Hij lost het voor je op, graag zelfs. Hij weet nog eerder wat je nodig hebt dan dat je dat zelf weet. Hij hoort alles, ziet alles en weet alles binnen het bedrijf. Omdat hij heel benaderbaar is weet iedereen hem te vinden. Lang vond hij deze rol heerlijk, tot de werkdruk hem te hoog werd. Hij had zoveel werk dat hij steeds chaotischer ging werken, het overzicht verloor en het ‘ineens’ niet meer ging. Hij viel uit op het werk met zware klachten van overbelasting. In een persoonlijk coachingstraject wilde hij leren hoe hij beter kon omgaan met werkdruk. In dit traject heeft hij geleerd hoe hij zijn voelsprieten meer bij zichzelf kan houden en niet teveel bij de omgeving en anderen. Door samen stil te staan bij zijn ‘voelen’ en ‘denken’ ontdekte hij dat hij bepaalde taken helemaal niet leuk meer vond en heeft hij deze, uiteraard in overleg met zijn manager, overgedragen aan een collega. Sindsdien ervaart hij een stuk meer werkplezier.
 
Dus: eerst voelen en denken en dan pas doen
Als Doener zie je dat stilstaan om te denken en voelen misschien als tijdverlies, maar op de langere termijn levert het je juist tijd, energie én meer (werk)plezier op. Ervaar het maar!

 

Daarnaast zijn er een heleboel situaties en mensen waar je geen invloed op hebt, dus waar je niks aan kunt doen. Heb je hier moeite mee? Investeer dan in de ontwikkeling van je denken en voelen. Het zal je goed doen, echt!
 
Ik wens je veel vitaliteit en (werk)plezier!
 
© Petra van Reek | IK-werk

 

> 0 reacties

> Plaats reactie

 


 

Hoe houd je het hoofd koel tijdens de laatste werkdagen van het jaar?

Geplaatst op 21 december 2017 door Petra van Reek

 

In mijn werk merk ik dat veel mensen moe en nog keihard aan het werk zijn. Hun hoofden zitten vol met alles wat ze nog moeten doen voordat het jaar om is. Ze tellen af tot ze vrij zijn. ‘Als werkplezierexpert heb jij daar vast geen last van?’ vragen ze me vaak. Ik ben daar altijd heel eerlijk over: ik heb dat ook. Mijn agenda staat ook nog vol (bel)afspraken en ‘things to do’. Maak je dus geen illusies dat ik het allemaal perfect voor elkaar heb en helemaal zen de kerstvakantie inglijd. Mijn hoofd loopt ook regelmatig over.

 

Wat te doen? Laat ik beginnen met wat in elk geval niet werkt om je hoofd koel te houden.

 

Wat niet werkt

Gewoon doorknallen op de automatische piloot. Doe ik ook vaak. Alleen merk ik altijd dat ik dan verander van een ‘human being’ in een ‘human doing’ en doodop ben aan het eind van de dag. Dan voel ik niet meer dat ik het bijvoorbeeld koud heb of dat ik honger heb. Of dat ik met opgetrokken schouders achter mijn pc zit. Dan stop ik gewoon met voelen totdat ik naar bed ga. En dan tolt mijn hoofd en duurt het lang voordat ik in slaap val omdat ik niet de tijd heb genomen om af te schakelen. Herkenbaar?

 

Wat wel werkt

Waar ik altijd veel aan heb in drukke tijden is een korte oefening. Deze helpt mij (en de mensen die ik coach) vaak om het hoofd koel te houden in perioden van hectiek. Wil je weten hoe hij werkt? Doe dan mee met de volgende stappen en ervaar de kracht van de oefening.

  

Stap 1: Wat denk ik?

Schuif even je stoel naar achteren en stel jezelf de vraag: Wat denk ik? Voor je focus kan het helpen als je even je ogen dicht doet en je handen op je hoofd legt, terwijl je je gedachten observeert. Als je in een kantoortuin zit, kan ik me voorstelen dat je daar geen zin in hebt. Staar in dat geval even naar één punt en richt je aandacht op je gedachten. Als ik dat nu doe registreer ik allerlei ‘moetens’. Deze nieuwsbrief moet nog af, ik moet nog eten, ik moet straks op tijd vertrekken voor een afspraak, ik moet nog wat maken voor het kerstdiner op school etc. Oké, helder. Door naar stap 2.

 

Stap 2: Wat voel ik?

Leg je handen op je hart en vraag jezelf wat je nu voelt en wat de gedachten van stap 1 doen met je lijf. In mijn geval: ik voel me moe, gehaast, mijn ademhaling is hoog, mijn billen tintelen van het lange zitten en ik merk nu pas: mijn blaas is vol.

 

Stap 3: Wat wil ik?

Verplaats je handen naar je buik, het centrum van je ‘willen’ en vraag jezelf wat je wilt. Wat is mijn behoefte nu? Ik wil even lopen, naar de wc, naar buiten, lang uitademen, rust.  

 

Stap 4: Wat ga ik nu doen?

Leg nu je handen op je benen, die staan voor actie. Vraag jezelf wat je gaat doen, daarbij  rekening houdend met wat je denkt, voelt en wilt. Ik denk even na en weet het: ik ga nu stoppen met deze nieuwsbrief en maak hem na mijn afspraak af. Ik ga nu eerst even naar de wc en dan naar buiten voor een korte pauze, boterhammen mee.  Wat ga jij nu doen?

 

Zoals je zult merken zorgt deze oefening er niet voor dat je het ineens niet of minder meer druk hebt. Hij is er vooral op gericht dat je er anders mee omgaat. Zodat je jezelf niet onnodig extra uitput. Dat vraagt wel om een accepterende houding. Daarmee bedoel ik dat je je gedachten en gevoelens accepteert zoals ze zijn, ze niet wegmaakt. Anders voel je ook niet wat je wilt en nodig hebt.

 

Accepteer ook dat je het nu drukt hebt en dat dit gewoon een drukke tijd is. Klinkt misschien flauw, maar het helpt je als je realiseert dat we het (bijna) allemaal nog heel druk hebben met afronden. Je bent dus niet de enige. Je doet niks verkeerd. Deze drukte hoort gewoon bij de tijd van het jaar, dus verzet je er niet tegen. Anders heb je het niet alleen druk met het afronden van je werkzaamheden, maar óók nog met de strijd in jezelf. Echt, ik word al moe van het idee.

 

Sterkte met de laatste loodjes, gezellige feestdagen en alle goeds voor het nieuwe jaar!

 

© Petra van Reek | IK-werk

 

> 0 reacties

> Plaats reactie

 


 

Hoe behoud je werkplezier in onzekere tijden?

Gepubliceerd op 6 maart 2017 door Petra van Reek

 

In mijn ouderlijk huis hingen er vroeger twee tegeltjes in de entree. Op de ene stond: 'Het enige dat nooit verandert, is dat alles verandert.' Op de andere: 'Wie een helpende hand zoekt, vindt deze het eerst aan zijn eigen arm'.

 

'Een gewaarschuwd mens telt voor twee', dacht ik toen ik eenmaal kon lezen. Dus besloot ik deze tegeltjeswijsheid ter harte te nemen en heb ik van 'zelf doen' uiteindelijk mijn werk gemaakt. ;-)

 

Ik blijf het een mateloos interessant thema vinden. Hoe kun je jezelf helpen in tijden waarin alles voortdurend verandert, veranderingen elkaar sneller opvolgen dan vroeger en er geen (baan)zekerheid meer lijkt te bestaan? Dat is een behoorlijke uitdaging en vraagt om een flexibele houding. Darwin zei het al: 'It’s not the strongest of the species that survives, nor the most intelligent, but the one most responsive to change.'

 

De huidige tijd vraagt vooral om psychologische flexibiliteit. Want tegenwoordig worden we vooral mentaal uitgedaagd, zeker op ons werk, waar we geconfronteerd worden met onder meer: reorganisaties, fusies, overnames, Het Nieuwe Werken, steeds meer tijdelijke contracten en baanonzekerheid. Wie zich niet flexibel opstelt en bereid is een leven lang te leren redt het tegenwoordig niet meer op het werk.

 

Psychologische flexibiliteit is dus belangrijker dan ooit, maar wat is het precies? Het is het vermogen je aan te passen bij veranderingen en uitdagingen en tegelijkertijd trouw te blijven aan je (werk)waarden. Psychologisch flexibele mensen voelen zich beter, gelukkiger, meer ontspannen, gaan doelgerichter te werk en krijgen meer voor elkaar. Dat is ondertussen wetenschappelijk aangetoond. En goed nieuws: het is trainbaar! Je wordt er dus niet mee geboren.

 

Wat betreft het omgaan met grote veranderingen en onzekerheid kunnen we veel leren van psychologisch flexibele mensen. In het boekje 'Mindfulness op het werk' van Pieternel Dijkstra vond ik een aantal goede praktische tips.

 

Tip 1: accepteer onzekerheid en ongewenste gevoelens

Psychologisch flexibele mensen verzetten zich niet tegen de realiteit, hoe naar deze ook is. Bij een reorganisatie bijvoorbeeld steken ze niet hun tijd en energie in eindeloos gepieker over alle onzekerheden over hun toekomst. Liever gaan ze ‘gevoelssurfen’. Dat betekent dat ze het lef hebben stil te staan bij negatieve gedachten en gevoelens en wat het met hen doet. Ze weten namelijk dat deze gedachten en gevoelens weer wegebben en dat ze er niet aan onderdoor zullen gaan. Ze accepteren deze als onvermijdelijk onderdeel van het leven. Hierdoor voelen ze zich beter dan mensen die al deze gevoelens en gedachten proberen te onderdrukken. Want daarmee houden ze ze juist vast en dat kost veel kracht en energie.

 

Tip 2: denk in rollen

Als je iemand die psychologisch flexibel is vraagt wie hij is zal hij je geen vastomlijnde beschrijving van zichzelf geven. Hij zal dus bijvoorbeeld niet zeggen: 'Ik ben een leider.' Mensen die dat wel over zichzelf zeggen, zetten zichzelf vast in een keurslijf. Wanneer ze door een reorganisatie bijvoorbeeld weer ‘gewoon’ medewerker worden, zullen ze het gevoel hebben te falen en het (onnodig) zwaar hebben. Het helpt dus als mensen ‘leider’ zien als een van de rollen die ze in hun leven vervullen. Van rollen kun je immers makkelijker afstand doen dan van je identiteit. Vergelijk het met een jas die je aan en uit kunt trekken. Als je je jas uittrekt ben je in de kern nog steeds dezelfde persoon. Het biedt zelfs nieuwe mogelijkheden. Je kunt ervoor kiezen aan andere rollen meer tijd te besteden of nieuwe rollen te vervullen.

 

Tip 3: ont-moet

Mensen die psychologisch flexibel zijn ervaren altijd een keuze. Ze denken en praten niet over wat ze ‘moeten’ maar over wat ze ‘willen’. En als ze per ongeluk het woord ‘moeten’ gebruiken, ligt dat in lijn met wat ze ook echt willen. Daar hebben ze namelijk over nagedacht. Omdat ze weten wat ze willen en daar ook bewust naar handelen ervaren ze meer vrijheid dan mensen die zichzelf van alles opleggen of op laten leggen.

 

Tip 4: heb vertrouwen in je eigen veerkracht

Psychologisch flexibele mensen kennen hun kracht. Zij zijn zich bewust van alle ingrijpende gebeurtenissen die ze in werk en leven hebben meegemaakt. Ze hebben ze verwerkt (omdat ze negatieve emoties niet uit de weg gaan) en ervan geleerd. Dat geeft ze het vertrouwen dat ze een volgende reorganisatie of andere grote verandering ook wel aankunnen.

 

Benieuwd hoe psychologisch flexibel je zelf bent? Doe de zelftest! Neem contact met me op als je behoefte hebt aan toelichting op je scores. 

 

Wil je groeien in je psychologische flexibiliteit? Veerkrachtiger omgaan met veranderingen en verlies? Zodat je minder piekert, beter kunt loslaten en meer kunt genieten van je werk en/of leven? Overweeg dan een persoonlijk coachingstraject bij IK-werk. Of informeer bij jouw HR-afdeling naar de mogelijkheden om de training Baas in eigen baan in company te organiseren en doe mee. Ik help jou en je collega's graag! 

 

© Petra van Reek | IK-werk

 

> 0 reacties

> Plaats reactie

 


 

Tips voor een opgeruimd hoofd in een overvolle wereld

Gepubliceerd op 6 juni 2016 door Petra van Reek

 

‘Alleen sukkels hebben het druk’. Het is de titel van een artikel dat vorig jaar september trending was op de NRC-site. Het is geschreven naar aanleiding van het boek ‘Nooit meer te druk, een opgeruimd hoofd in een overvolle wereld’ van de Britse bedrijfspsycholoog Tony Crabbe. Het boek is razend populair en staat al een tijd in de boeken top-10. ‘Een boek dat je leven verandert’ volgens Daily Express. 

 

De titel triggerde ook mij en daarom ben ik het gaan lezen. Al jaren geef ik timemanagementtrainingen, dus ik verwachtte er niet veel nieuws in te lezen. Maar toch inspireerde het mij. De kern van zijn betoog: het gaat niet langer om ‘getting things done’ (naar het gelijknamige timemanagementboek van David Allen), maar om ‘not getting it all done’. Kiezen en focussen dus. Klinkt zo simpel, maar wat maakt dit toch zo lastig? En welke tips werken?

 

Volgens Crabbe denken we dat we het druk hebben omdat we zo veel moeten, op het werk en thuis. En door dat ‘moeten’ denken we geen keuze te hebben. We verliezen ons gevoel van regie en we voelen ons tekortschieten in één of meerdere rollen: als collega, partner, ouder, zoon/dochter…

 

Crabbe noemt in zijn boek de vijf werkelijke redenen voor onze drukte:

 

1. Druk zijn is makkelijker

Wanneer je je reactief laat leiden door alles wat op je af komt (op het werk bijvoorbeeld je inbox) hoef je geen keuzes en planning te maken.

 

2. Druk zijn is vermijding

De meeste mensen besteden liever tijd aan een eenvoudige dan aan een complexe taak. Zolang we druk blijven met eenvoudige taken kunnen we de complexe taken blijven uitstellen. Druk zijn is dus een verkapte vorm van uitstelgedrag!

 

3. Druk zijn is een merk

Wie druk is heeft ambitie en is belangrijk, denken we.

 

4. Druk zijn is een verslaving

Ons lichaam maakt stimulerende dopamine aan wanneer we onze e-mail checken en produceert opiaatachtige substanties wanneer we een zoekmachine gebruiken. Hoe sterk ben jij in het negeren van je impulsen wanneer je hoort dat er een berichtje op je telefoon binnenkomt?

 

5. Druk zijn is wat alle anderen zijn.

Druk zijn is kuddegedrag en wij zijn kuddedieren. Er lijkt geen ontsnappen aan.

 

Dat voortdurend druk zijn slecht is voor gezondheid, geluk en relaties weten we allemaal. Maar wist je ook dat het slecht is voor je carrière? Hoger op de carrièreladder gaat het niet meer om (nog) meer en harder werken, maar om impact en vernieuwing. Druk zijn werkt dan averechts.

 

Beter dus om de drukte voorgoed achter ons te laten. Wat kunnen we doen?

 

Meer/vaker ontspannen klinkt voor de hand liggend, maar is niet het antwoord volgens Crabbe. Hij noemt drie aspecten om drukte de baas te worden:

  1. Beheersing: niet je tijd, maar je aandacht managen zodat jij je leven weer beheerst in plaats van dat het leven jou beheerst.
  2. Onderscheiding: niet inzetten op méér productie, maar op eigenheid om succesvol te kunnen zijn op een concurrerende markt.
  3. Betrokkenheid: prioriteit geven aan je waarden en je aandacht richten op wat en wie voor jou werkelijk belangrijk zijn voor meer geluk in werk en privé.

In zijn boek geeft hij per aspect meerdere praktische tips. Ik deel hieronder de drie tips die ik het meest waardevol en vernieuwend vond.

 

Tip 1: Laat het idee los dat je alles kunt doen zolang je maar efficiënt met je tijd omgaat (beheersing)

Er is gewoon teveel wat je moet doen, dus je faalt niet als je het niet voor elkaar krijgt. Nòg beter plannen en organiseren zal je niet helpen, het levert alleen maar meer drukte op. Als je dit accepteert heb je de eerste stap al gezet naar meer geluk en (werk)plezier. Een inspirerende zin vond ik: “Eigenwaarde en zelfvertrouwen put je niet uit perfectie, maar uit het accepteren van imperfectie”. Zo is het! Dus neem alles (en vooral jezelf) wat minder serieus en wordt wat gemakzuchtiger en speelser. Verscheur je to-dolijst, laat wat e-mails onbeantwoord en je telefoon af en toe thuis. Je zult ervaren dat het geen ramp is.

 

Tip 2: Herdefinieer succes (onderscheiding)

Wanneer ben je succesvol? Veel mensen denken dat ze succesvol zijn als ze veel, hard en zo efficiënt mogelijk werken. Dat gold misschien in het industriële tijdperk, maar tegenwoordig red je het daar niet meer mee. De meest succesvolle organisaties, zoals Apple, zijn niet succesvol omdat ze zo veel kunnen produceren, maar omdat ze vernieuwend zijn en daardoor impact hebben. Om te kunnen vernieuwen is het belangrijk dat je focus aanbrengt. Als praktisch handvat om focus aan te brengen noemt Crabbe de balanced scorecard uit het bedrijfsleven, een model waarmee een organisatie kan focussen op alles wat van belang is. Het bestaat meestal uit vier perspectieven die met elkaar in balans zijn. Die van Crabbe zijn: Leveren (dagelijks werk), Schrijven (inclusief onderzoek en denkwerk), Contacten (werk) en Energie (emotioneel en fysiek). Hij voelt zich succesvol als hij elke maand focust op allevier de perspectieven en hierin vooruitgang boekt. Wat zijn de jouwe?

 

Tip 3: Investeer in jouw 15 dierbaarste mensen (betrokkenheid)

Echt geluk vind je niet in verstrooiing van je aandacht en contacten, maar juist in diepgang, aandacht hebben voor waardevolle momenten en een sterkere betrokkenheid bij wat je doet en bij je 15 dierbaarsten. Wie staan er in jouw top 15 en zou je meer aandacht willen geven? Onderzoek toont aan dat geven leidt tot win-win: het is niet alleen fijn voor de ander, maar je versterkt er ook je eigen gezondheid, geluk en geestelijk welbevinden mee. Het maakt ons tevens veerkrachtiger en weerbaarder tegen de stress van het moderne leven.

 

Inspireren deze tips jou ook? Welke ga je toepassen? Of welke pas je al toe en met welk resultaat? Ik ben je dankbaar als je hier een reactie achterlaat om andere lezers en mij te inspireren.

 

© Petra van Reek | IK-werk

 

> 2 reacties

> Plaats reactie

 


 

Hoe maak je werkstress bespreekbaar zonder zwak over te komen?

Gepubliceerd op 17 december 2015 door Petra van Reek

 

‘Stress is voor losers’ was de kop van een artikel in NRC afgelopen woensdag. Dit artikel bevestigt voor mij dat er helaas nog steeds mensen zijn die stress zien als een zwaktebod. Alsof je openlijk erkent het werk niet (meer) aan te kunnen als je aangeeft werkstress te ervaren. Terwijl het niet altijd aan de persoon ligt, maar vaak aan de organisatie van het werk of een mismatch tussen persoon en omgeving. Daarnaast vind ik het juist sterk wanneer mensen zich verantwoordelijk gedragen naar zichzelf, hun collega's, klanten en hun werkgever. Daarmee weten ze uitval en dus problemen voor zichzelf en anderen te voorkomen. 

 

Op dit moment maakt slechts één op de drie mensen met werkstress dit actief bespreekbaar met zijn/haar leidinggevende. Terwijl managers er juist op vertrouwen dat medewerkers het wel zullen aangeven als ze werkstress ervaren. Niet dus. Dit leidt er toe dat er volgens TNO Arbeid nu 1 miljoen Nederlanders zijn die burnoutklachten ervaren.

 

Het aangaan van de dialoog met je leidinggevende blijkt de beste interventie te zijn bij werkstress, maar hoe doe je dat zonder zwak over te komen? 

 

Tip 1: Wees er op tijd bij

Wacht niet tot het echt niet meer gaat, want dan maak je het jezelf wel heel lastig om op een krachtige manier aan te geven dat je werkstress ervaart en daar actief iets aan wilt doen. Liever dus eerder aan de bel trekken, als je de eerste alarmbellen bij jezelf voelt afgaan. Welke dat zijn verschilt per persoon. De één krijgt hoofdpijn, de ander juist rugpijn. Dit zijn voorbeelden van fysieke stresssignalen. Irritatie, lusteloosheid en concentratieproblemen zijn voorbeelden van mentale signalen. Meer snoepen of roken zijn weer voorbeelden van stressuitingen op gedragsniveau. Meestal ervaren mensen een combinatie van alarmbellen. Om er op tijd bij te kunnen zijn is het belangrijk dat je ze van jezelf (h)erkent en tijdig aankaart. Hoe lees je bij tip 2.

 

Tip 2: Gebruik positieve taal

‘Help, ik het trek het niet meer’, is geen sterke tekst richting je manager als je werkstress ervaart en op een krachtige manier bespreekbaar wilt maken. Mijn ervaring is dat dit vaak wel is wat we zeggen wanneer we het veel te hoog hebben laten oplopen. Daarom is tip 1 ook zo belangrijk. Als je er nog op tijd bij bent, is mijn advies vooral positieve taal te gebruiken. Dit doe je door te benadrukken waar je goed in bent, waar je je nog in wilt ontwikkelen en wat je van jezelf en de ander nodig hebt om te groeien. Bijvoorbeeld: “Ik ben goed in het schrijven van rapportages, omdat ik analytisch sterk ben. Waar ik nog beter in wil worden is het omgaan met een hoge werkdruk. Ik wil onderzoeken of ik dit kan leren in een training of coachingstraject. Wat ik van jou nodig heb is dat je me voorlopig helpt bij het bepalen van mijn prioriteiten. Wil je dit voor me doen? En heb je wellicht nog goede tips voor me? Zo klink je ‘in control’, positief en oplossingsgericht. Sterk toch?

 

Tip 3: Maak goede afspraken over wie wat oppakt

Tip 3 vloeit logischerwijs voort uit de vorige tip. Deze is ook makkelijk toepasbaar als je duidelijk hebt aangegeven welke maatregelen je zelf gaat treffen en wat je nodig hebt van anderen in de organisatie (je manager, collega’s, HR, directie etc). Wil je de kans vergroten dat je manager zich ook echt aan jullie afspraken committeert? Leg deze dan schriftelijk vast. Dat maakt het ook makkelijker hier op terug te komen. 

 

Kortom: (h)erken je alarmbellen, maak ze tijdig en op een positieve manier bespreekbaar met je leidinggevende en leg gemaakte afspraken vast. Als je dit doet zul je zien dat je stevig in plaats van zwak over komt op anderen. Precies wat jij graag wilt en managers graag zien!

 

Zijn mijn tips nuttig voor jou? Ik lees je reactie graag en wens je vooral veel werkplezier!

 

© Petra van Reek | IK-werk

 

> 0 reacties

> Plaats reactie

 


 

Ben jij werkverslaafd of bevlogen? 4 tips voor (nog) meer werkplezier

Gepubliceerd op 4 september 2015 door Petra van Reek

 

Je werkt hard en maakt veel overuren. Ben je dan automatisch werkverslaafd? Of kan het ook een uiting van bevlogenheid zijn? Het lijkt misschien om hetzelfde te gaan, maar werkverslaving en bevlogenheid verschillen wezenlijk van elkaar. Met name in de kwaliteit/aard van de motivatie.

 

Werkverslaafde medewerkers blijken vooral extrinsiek gemotiveerd te zijn. Ze ‘moeten’ werken om beloningen/lof/goedkeuring te verkrijgen. Of om straf/(zelf)kritiek te voorkomen. Vaak speelt ook mee dat ze nare gevoelens zoals schuld en schaamte willen  vermijden. Ze werken dus zo dwangmatig hard en veel om een goed gevoel over zichzelf te krijgen. Niet zelden zijn het perfectionisten. Werkverslaving gaat ten koste van het privéleven en leidt tot uitputting. De kans op uitval op het werk (en daardoor hoge verzuimkosten) neemt hierdoor toe. Het heeft dus negatieve gevolgen voor de medewerker en zijn (werk)omgeving.

 

Bevlogen medewerkers werken vooral vanuit intrinsieke motivatie. Ze vinden het werk oprecht interessant en plezierig om te doen, het geeft hen voldoening en ze kunnen onvermoeibaar doorgaan. Maar ze weten wel van ophouden in tegenstelling tot de werkverslaafden, omdat ze ook waarde hechten aan hun privéleven. Bevlogen medewerkers zijn fit, presteren beter, hebben een proactieve houding en nemen er met gemak taken bij. Een ander positief gevolg voor de (werk)omgeving is dat bevlogenheid aanstekelijk werkt.

 

Test jezelf!

Volgens Noorse onderzoekers ben je werkverslaafd wanneer je vier of meer van onderstaande uitspraken beantwoordt met ‘vaak’ of ‘altijd’.

  1. Ik bedenk manieren om meer tijd te hebben om te werken
  2. Ik werk veel langer door dan ik eigenlijk van plan was
  3. Ik werk om me minder schuldig, angstig of depressief te voelen
  4. Ik heb van anderen te horen gekregen dat ik minder moet werken, maar dat genegeerd
  5. Ik word gespannen als ik verhinderd ben om te werken
  6. Ik geef minder prioriteit aan hobby's, sport en ontspanning vanwege mijn werk
  7. Ik werk zo veel dat mijn gezondheid eronder lijdt

En, neig je naar werkverslaafd? Voorkom dat je jezelf opbrandt en doe je voordeel met de volgende vier tips.

 

Tip 1: Maak werk van wat jou intrinsiek motiveert

Geen idee wat dit is? Houd de komende tijd dan eens bij welke werkzaamheden jou energie geven en welke energie vreten. Blik ook eens terug op je loopbaan en je jeugd. In welke baan had je het meeste plezier? Wat deed je graag als kind? Wat zegt dit over jouw behoeftes en interesses? Hoe kun je hier meer aan tegemoet komen?

 

Tip 2: Vervul de drie universele psychologische basisbehoeftes

Volgens de Zelf Determinatie Theorie (ZDT) van Deci en Ryan gaat intrinsieke motivatie gepaard met vervulling van drie psychologische basisbehoeftes. Dit zijn de behoefte aan autonomie (vrijheid om eigen keuzes te maken), competentie (kunnen doen waar je goed in bent) en sociale verbondenheid (het hebben van waardevolle relaties). Welke van deze drie basisbehoeften staat bij jou momenteel onder druk? Welke kleine aanpassingen kun je de komende tijd mogelijk in je werk doen om hier meer aan tegemoet te komen? Kleine veranderingen hebben vaak al een groot effect!

 

Tip 3: Pak voldoende hersteltijd

Van hard werken word je niet ziek, maar van te weinig ontspannen wel. Plan dus meer hersteltijd in voor jezelf. Al is het maar dat je wat vaker een korte pauze neemt, liefst weg van je werkplek. Geen tijd voor? Als je je hoofd en lijf even rust gunt, zul je merken dat je scherper en productiever bent. Je wint er dus juist tijd mee!

 

Tip 4: Schakel tijdig deskundige hulp in

Zijn er mensen in je omgeving bezorgd om je gezondheid omdat je niet van stoppen weet? Luister naar hen, neem hun observaties serieus en zoek hulp om een burnout af te wenden. Veel werkverslaafden willen niet (h)erkennen dat ze een probleem hebben en akkeren maar door. Tot ze echt niet meer kunnen, op het werk uitvallen met uitputtingsklachten en dan lange tijd nodig hebben voor herstel. ‘Dat overkomt mij niet’ denk je misschien. Mijn ervaring is dat het juist de mensen overkomt die dit denken. Met deskundige hulp kun je in korte tijd het tij keren. Bespaar jezelf én je omgeving een hoop ellende en maak er gebruik van!

 

Deze tips geven je misschien het idee dat je vooral zelf aan de slag moet wanneer je werkverslaafd bent en/of je eigen bevlogenheid wilt bevorderen. Voor een deel is dat ook zo. Maar je werkgever kan ook veel doen. Benieuwd naar mijn tips voor werkgevers? Lees deze dan volgende maand in mijn nieuwe artikel voor (hr-)managers. Check hier vast of je ook op deze artikelen geabonneerd bent (vinkje aan).

 

© Petra van Reek | IK-werk

 

> 0 reacties

> Plaats reactie

 


 

Waarom je méér hebt aan zelfcompassie dan aan zelfvertrouwen

Gepubliceerd op 18 mei 2015 door Petra van Reek

 

Stel: een goede vriend van je heeft op zijn werk een belangrijke presentatie verknald en voelt zich hierdoor knap ellendig. Hij belt jou om er even over te praten. Hoe reageer jij dan? Waarschijnlijk bied je een luisterend oor en toon je medeleven en begrip. Toch?

 

Stel nu dat jij deze misser op je werk maakt. Wat zeg je dan tegen jezelf? Waarschijnlijk triggert het, zoals bij zo veel mensen (inclusief mijzelf), forse zelfkritiek. Iets als: ‘Sukkel! Hoe kun je het nou zó verprutsen? Je had toch beter moeten weten?! Je verknalt ook altijd alles!’

 

Hoe komt het toch dat we vaak meer compassie voor anderen hebben dan voor onszelf? Opvoeding en cultuur spelen een belangrijke rol. Zo toont onderzoek aan dat kinderen die zijn opgevoed door zeer kritische, controle- en prestatiegerichte ouders als volwassenen meer last hebben van zelfkritiek. Daarbij zijn in onze westerse maatschappij  onafhankelijkheid en persoonlijke prestaties tot norm verheven. Als je faalt, ligt dat dus aan jezelf.

 

Wat ook meespeelt is dat we compassie in het westen eerder associëren met compassie voor anderen dan voor onszelf. ‘Heb uw naaste lief’, luidt immers één van de tien geboden. Maar daarbij vergeten we voor het gemak ‘zoals uzelf’.

 

In oosterse tradities, zoals het boeddhisme, wordt zelfcompassie als even belangrijk beschouwd. Uit onderzoek blijkt dat mensen in Thailand over de meeste zelfcompassie beschikken. Dat past bij wat ik me herinner van wat een Thaise reisgids in 2000 tegen me zei: 'In the land of smile is de welvaart misschien laag, maar het welzijn het hoogst ter wereld.'

 

Maar wat is zelfcompassie precies? En waarom is het waardevoller dan zelfvertrouwen? Wat levert het je allemaal op? In dit artikel beantwoord ik deze vragen en geef ik je een aantal tips die je helpen je zelfcompassie te vergroten.

 

Wat is zelfcompassie?

Zelfcompassie is: onszelf, wanneer we het moeilijk hebben, met dezelfde vriendelijkheid, mildheid en zorgzaamheid benaderen zoals we dit bij anderen (zoals een goede vriend) zouden doen.

 

Een compassievolle reactie naar jezelf wanneer jij een presentatie verknalt, zou kunnen zijn: ‘Wat rot voor je dat dit je nu overkomt. Je had je zo goed voorbereid en nu pakt het anders uit dan je had gehoopt. Dat is echt balen. Maar het maakt je geen minder mens. Anderen maken dit ook mee. Tegenslagen horen nu eenmaal bij het leven. Probeer er van te leren zodat het volgende keer wellicht beter gaat.’

 

Waar de eerste reactie je eigenwaarde aantast en je angstig en gespannen maakt voor een volgende presentatie, zal de tweede reactie je eigenwaarde overeind houden. Je veroordeelt jezelf immers niet meer, maar motiveert jezelf om te leren van je fouten. Een volgende presentatie zul je dan waarschijnlijk vooral zien als kans om het geleerde toe te passen. Wat je kansen op succes vergroot.

 

Zelfcompassie is dus niet hetzelfde als zelfmedelijden. Want daarmee breng je jezelf alleen maar schade toe en plaats je jezelf in een slachtofferrol.

 

Waarom is zelfcompassie waardevoller dan zelfvertrouwen?

Zelfvertrouwen ontlenen we aan het idee dat we goed zijn in de dingen die voor ons van persoonlijk belang zijn. Zelfvertrouwen komt niet alleen voort uit zelfevaluatie, maar ook uit de waargenomen evaluatie van anderen.

 

Nadeel van zelfvertrouwen is dat mensen soms in disfunctioneel gedrag vervallen om een hoge mate van zelfvertrouwen te behouden. Zoals:

  • negatieve feedback als onbetrouwbaar of vertekenend beschouwen
  • minimaliseren van fouten of ze toeschrijven aan externe oorzaken
  • minder verantwoordelijkheid nemen voor schadelijke acties
  • ontwikkeling van een inaccuraat zelfbeeld, verhindering van groei en verandering
  • boosheid en agressie naar mensen die hun ego bedreigen
  • vooroordelen en discriminatie
  • rigide, gesloten mindset die niet open staat voor alternatieve meningen

 

Lastig van zelfvertrouwen is dat het een deuk oploopt wanneer je faalt op het gebied waarin jij competent wilt zijn. Terwijl zelfcompassie je juist helpt wanneer je faalt, tekortschiet of met tegenslag geconfronteerd wordt. Kortom: waar zelfvertrouwen stopt, begint zelfcompassie.

 

Wat levert zelfcompassie je allemaal op?

Onderzoek heeft aangetoond dat mensen met veel zelfcompassie:

  • minder gevoelens van angst en depressie ervaren en minder piekeren
  • vaak emotioneel intelligenter zijn
  • meer gevoelens van sociale verbondenheid, autonomie, competentie en geluk ervaren
  • veel positieve kwaliteiten bezitten: optimisme, wijsheid, openheid voor nieuwe ervaringen, positief affect
  • door hun partners worden beschreven als: meer emotioneel betrokken, accepterend, autonomie bevorderend, minder controlerend en minder agressief
  • een hogere mate van tevredenheid met hun relatie ervaren (zowel zijzelf als partner)
  • vaardiger zijn in het toegeven van fouten zonder defensief te worden
  • minder de behoefte hebben om fouten op hun partner te projecteren door boze beschuldigingen
  • meer persoonlijk initiatief nemen om de nodige veranderingen aan te brengen in hun werk en leven
  • meer gedreven zijn te leren om intrinsieke redenen i.p.v. om sociale goedkeuring

 

Hoe je in 3 stappen zelfcompassie ontwikkelt + praktische tips

 

Stap 1: (H)erken de momenten dat je het moeilijk hebt en lijdt

Zoals ze in Amerika zeggen: ‘You cannot heal what you cannot feel.’ Draaf dus niet door als je het moeilijk hebt, maar neem juist even gas terug om te voelen hoe het met je is.

 

Stap 2: Wees niet bang voor dit lijden en verzet je er niet tegen

Accepteer hoe je je nu voelt en hoe de omstandigheden nu zijn. Het leven verloopt nou eenmaal niet altijd zoals we zouden willen. En niemand is perfect, dus accepteer ook je zwakke kanten. Die hebben we immers allemaal. Herinner jezelf hier aan. Dan voel je je meer verbonden met anderen i.p.v. eenzaam.

 

Stap 3: Wees mild naar jezelf

Zeker als lijden het gevolg is van onze eigen fouten is het nog moeilijker om te realiseren dat we recht hebben op compassie. Troost jezelf zoals je je beste vriend zou troosten. Stop met jezelf bekritiseren.

 

Tip: Neem regelmatig een korte ‘zelfcompassiepauze’

Wanneer je merkt dat een situatie lastig voor je is, neem dan een korte pauze om jezelf toe te spreken met een ‘mantra’ waarin alle drie de stappen terugkomen. Bijvoorbeeld:

  1. ‘Ik merk op dat ik dit lastig vind’ (stap 1)
  2. ‘Anderen zouden dit ook lastig vinden, ik ben niet de enige’ (stap 2)
  3. ‘Wat ik nodig heb op dit moment is mildheid naar mijzelf’ (stap 3)

Behoefte aan meer tips?

 

Ik ben benieuwd naar wat jou helpt wanneer je in een lastige situatie zit. Welke woorden zeg jij dan tegen jezelf? Deel je reactie (anoniem), zodat anderen er ook hun voordeel mee kunnen doen. Alvast bedankt!


© Petra van Reek | IK-werk

 

> 0 reacties

> Plaats reactie

 


 

7 praktische tips voor meer werkplezier

Gepubliceerd op 29 januari 2015 door Petra van Reek

 

Een derde van het werkgerelateerde ziekteverzuim wordt veroorzaakt door werkstress. Met werkdruk als de belangrijkste veroorzaker. Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) ziet dit als een maatschappelijk probleem en roept werkgevers en werknemers op om hierover met elkaar in gesprek te gaan.

 

Maar hoe pak je dat gesprek aan? Bespreek je samen hoe werkdruk en werkstress aan te pakken en te voorkomen? Of ga je in gesprek over werkplezier en hoe je dat kunt vergroten? De Positieve Psychologie toont aan dat dit laatste veel zinvoller is. Want waar ruimte is voor werkplezier ervaren mensen minder werkdruk en werkstress. Mijn persoonlijke ervaring is dat het ook veel leuker is om in gesprek te gaan over wat je plezier geeft in je werk.

 

Hoe zorg je voor meer werkplezier? Hieronder geef ik je zeven praktische tips. Met de kanttekening dat de beste tips vanuit jezelf komen. Om de eenvoudige reden dat ieder mens uniek is. Wat écht werkt is dus ook voor iedereen verschillend.

 

Lees hier mijn zeven praktische tips.

 

Tip 1: Ken je kwaliteiten

Het schijnt dat 35% van de mensen geen zicht heeft op hun kwaliteiten. Terwijl kennis van je kwaliteiten helpt bij het maken van (beroeps)keuzes. Zoals: welke functie en taken/opdrachten bij je passen en bij welke taken je beter de hulp van anderen kunt inschakelen. Benieuwd naar jouw kwaliteiten? Vul dan deze vragenlijst eens in. Na het invullen ontvang je per mail jouw persoonlijke top 5 van kwaliteiten.

 

Tip 2: Zet bewust je kwaliteiten eens op een nieuwe manier in

Als bijvoorbeeld ijverig een topkwaliteit van jou is, zet die dan eens in om een klus/taak die je hebt uitgesteld af te maken. Is dankbaarheid een topkwaliteit van jou? Spreek dan eens wat vaker je waardering uit naar je collega’s. Inspiratie nodig? Lees hier wat je allemaal kunt doen om een kwaliteit eens anders in te zetten voor meer (werk)plezier.

 

Tip 3: Zorg voor een betere balans tussen energiegevers en -vreters in je werk

Sta je wel eens stil bij wat energiegevers en -vreters zijn in je werk? Denk hierbij niet alleen aan taken, maar ook aan je werkomstandigheden, collega’s etc. Wat zou je kunnen doen om energievreters te verminderen en energiegevers te vermeerderen? Leuk voorbeeld vind ik een coachee van mij die veel moeite had met de drukte op haar afdeling en het aanhoudende gemopper van een aantal collega's. Ze besloot te wisselen van vrije dag waardoor ze rustiger kon werken en haar ontevreden collega's minder tegenkwam. Het leverde haar instant meer werkplezier op.

 

Tip 4: Zet kleine stappen, ze hebben vaak al een GROOT effect

Zoals ook blijkt uit het voorbeeld bij tip 3. Andere voorbeelden zijn:

  • vaker een pauze nemen
  • opruimen van je bureau of mailbox
  • een nieuwe of jonge collega op weg helpen
  • wat lekkers meenemen naar een werkoverleg
  • complimenten uitdelen én ontvangen
  • intervisiesessies plannen met gedreven collega’s om met én van elkaar te leren, liefst van successen (want dat werkt inspirerender dan leren van problemen, zie tip 5)
  • vaker stilstaan bij het nut van jouw werk voor de organisatie
 

Tip 5: Sta stil bij je successen en hoogtepunten

Bedenk wat kritische succesfactoren waren. Kijk daarbij niet alleen naar de omgeving, maar ook naar jouw aandeel. En schrijf dit eens op zodat je jezelf er altijd aan kunt herinneren wanneer je weer voor nieuwe uitdagingen staat. Wanneer je deze tip met je team doet kan hij een enorme energieboost geven binnen het team en bijdragen aan meer verbinding.

 

Tip 6: Lach vaker met elkaar en om jezelf!

Deel bijvoorbeeld eens een leuke anekdote of blunder van jezelf. Praat eens met elkaar over wat wel goed gaat op het werk in plaats over wat niet goed gaat. Geef elkaar wat vaker oprechte complimenten. Plan een leuk teamuitje. Wat dacht je van een lachworkshop voor bedrijven? Lachen ontspant, maakt je vrolijk en is besmettelijk!

 

Tip 7: Vraag om hulp

Ben je er nog niet uit hoe jij kunt zorgen voor meer werkplezier? Praat er eens over met collega’s en laat je door hen inspireren. Of volg de groepstraining IK-werk proactief: job craften voor meer energie, motivatie en werkplezier.

Als je liever één op één wilt leren, zoek dan een coach. Als je wilt kan ik je coachen. Ben je meer een doe-het-zelver? Koop dan het boek: Aan de slag met job craften van Maria Dekker en Mara Spruyt. Lees hier de sneak preview.

 

Ik ben benieuwd hoe jij zorgt voor meer werkplezier. Heb je goede tips? Deel ze hieronder en inspireer daarmee anderen!

 

> 1 reacties

> Plaats reactie

 


 

Werken terwijl je rouwt om een groot verlies, hoe doe je dat?

Gepubliceerd op 9 december 2014 door Petra van Reek

 

Omgaan met verdriet is hard werken, schreef ik in een eerder artikel. Terwijl alles doorgaat, staat jouw wereld stil. Je probeert misschien nog om ‘gewoon’ door te gaan, maar je zult merken dat alles je extra inspanning kost en niets meer ‘gewoon’ is of gaat. Dat komt omdat je hersenen helaas maar een beperkte verwerkingscapaciteit hebben als het om emoties gaat. Met als gevolg dat je veel sneller moe, geïrriteerd en afgeleid bent dan anders.

 

Waarschijnlijk valt je ook op dat iedereen op een eigen manier met verdriet omgaat. De een praat er heel veel over, terwijl de ander juist stil wordt en zich terugtrekt. Weer een ander stort zich volledig op het werk. Wat is nu de beste manier om met verdriet om te gaan? Bestaat die eigenlijk wel? En hoe hiermee te dealen op je werk? Geïnspireerd door onder andere het boekje Troost vragen, geven en ontvangen van Riekje Boswijk-Hummel geef ik je graag een paar praktische tips. 

 

Tip 1: Meld je niet ziek

Rouw is immers geen ziekte. Heb je wel behoefte aan een time-out? Overleg dan met je werkgever of je zorgverlof of bijzonder verlof mag opnemen. Zo heb je toch wat ruimte om de eerste klap op te vangen. En dan?

 

Tip 2: Wacht niet met werken tot je weer ‘de oude’ bent

Want dat kan nog wel even duren. Ga liever in een vroeg stadium in gesprek met je leidinggevende en overleg wat reëel is om van elkaar te verwachten. Wanneer weer beginnen met werken? En wat verstaan jullie in de huidige situatie onder ‘werken’? Aanwezig zijn of productief zijn? Mag je de werkbelasting afstemmen op je huidige belastbaarheid? Zo ja, hoe lang? En wat mag je verwachten aan steun en begrip? Spreek het liever naar elkaar uit dan hier aannames over te doen. Dit blijkt vaak veel effectiever.

 

Tip 3: Zie werk als krachtbron

Ook al staat je hoofd er in het begin waarschijnlijk totaal niet naar, realiseer je dat je werk je ook veel kan bieden. Zoals: structuur, afleiding en een vorm van zekerheid. En als je er om durft te vragen biedt het je ook begrip en steun.

 

Tip 4: Luister niet alleen naar je Innerlijke Criticus, maar ook naar je Innerlijke Helper

Veel mensen zijn vrij hard naar zichzelf wanneer ze zich kwetsbaar (bijv. verdrietig, boos of teleurgesteld) voelen. Ze zeggen dan tegen zichzelf: ‘Stel je niet zo aan’ of ‘Maak je niet zo druk’. Het is alsof er twee kanten in hen actief zijn: een kwetsbare ‘ik’ en een kritische ‘ik’ (de Innerlijke Criticus). De Innerlijke Criticus heeft als functie jou te beschermen tegen mogelijke kritiek van anderen. Dat doet hij door jou voortdurend kritiek te geven zodat anderen dat niet meer hoeven te doen. De auteurs van het boek Ik (k)en mijn ikken schrijven heel treffend:  ‘Met een sterke Innerlijke Criticus heb je geen vijanden meer nodig’. En zo is het.

 

Maar kun je ook met de ogen van de ‘Innerlijke Helper’ naar jezelf kijken? Een kant in jou die vriendelijk, aanvaardend en accepterend is? Zoals een zorgzame moeder of vader? Als je dit kunt zul je merken dat je je emoties meer kunt toelaten en je jezelf beter kunt (laten) troosten en helpen.

 

Tip 5: Kies bewust met wie je je verdriet wilt delen en wanneer je dit wilt doen

Het valt mij op dat veel mensen hun verdriet niet delen. En al helemaal niet op het werk. Anderen voelen zich juist verplicht om heel hun ziel en zaligheid bloot te leggen wanneer collega’s uit belangstelling vragen hoe het nu is. In beide gevallen zie ik vaak dat mensen ongelukkig zijn. Zo merk ik dat de eerste groep zich in de meeste gevallen toch eenzaam gaat voelen, zelfs als ze een druk sociaal leven hebben. En dat komt omdat de contacten die ze aangaan oppervlakkig blijven. Als je met niemand je pijn en verdriet deelt, maak je met niemand een diepere verbinding. Je kwetsbare ‘ik’ blijft alleen. Als je je hier in herkent, probeer jezelf dan wat meer open te stellen voor anderen. Hoe onwennig en spannend ook, je zult ervaren dat de steun van een ander je goed zal doen als je het durft toe te laten.

 

Bij de tweede groep bestaat het gevaar dat ze zichzelf uitputten. De afleiding die ze op het werk zoeken vinden ze niet, omdat ze méér met collega’s in gesprek zijn over hun verlies dan ze eigenlijk willen. Ze voelen zich schuldig of ondankbaar als ze naar belangstellende collega’s opkomen voor hun behoeftes (er even niet over praten) en daardoor putten ze zichzelf uit. Herken jij jezelf eerder hier in? Durf dan toch eens wat vaker je grenzen aan te geven naar je omgeving. Je zult merken dat anderen dat helemaal niet zo erg vinden als jij denkt. En zo heb jij weer wat meer ruimte om je batterij op te laden.

 

Heb jij uit eigen ervaring nog een goede tip die je bereid bent te delen? Plaats deze dan alsjeblieft hieronder zodat anderen er ook hun voordeel mee kunnen doen. Bij voorbaat dank!  


© Petra van Reek | IK-werk

 

> 4 reacties

> Plaats reactie

 


 

Hoe bied je troost aan een verdrietige collega?

Gepubliceerd op 18 augustus 2014 door Petra van Reek

 

Verdriet. Er lijkt een taboe op te bestaan, al helemaal op het werk. ‘Huilen doe ik alleen thuis’, hoor ik veel mensen zeggen als ik hen vraag hoe zij op het werk omgaan met verdriet door een ingrijpende gebeurtenis, zoals het overlijden van een dierbare, een scheiding of (dreigend) ontslag. Deze overtuiging lijkt ervan uit te gaan dat je als mens altijd volledige controle kunt houden over je emoties. Alsof we computers zijn die we aan of uit kunnen zetten.

 

‘Is dat dan niet zo?’ vraag je je misschien af. Het lastige is dat ons brein maar een beperkte capaciteit heeft als het gaat om het incasseren en verwerken van emoties. Dat verklaart waarom we vaak prikkelbaar, gefrustreerd of geïrriteerd reageren als we problemen hebben.

 

Daarnaast maken negatieve emoties, zoals verdriet en angst, geen onderscheid tussen werk en privé. Ze vragen ook op het werk aandacht, wat ten koste gaat van je concentratie en motivatie. En kan leiden tot stressreacties en verminderd functioneren.

 

Omgaan met verdriet is dus hard werken voor degene die ermee geconfronteerd wordt. Het is vaak ook een eenzaam proces. Veel mensen houden hun verdriet voor zich omdat ze anderen er niet mee willen belasten.

 

In dit artikel geef ik je tips hoe je er voor een collega kunt zijn die rouwt om een groot verlies. Zodat hij of zij zich op het werk niet meer eenzaam, maar juist gesteund voelt. En daardoor weer beter in staat is om (samen) te werken.

 

In een volgend artikel zal ik je tips geven die je helpen bij het verwerken van je eigen verdriet.

 

Tip 1: Laat merken dat je weet van het verlies

Veel mensen die met verlies worden geconfronteerd ervaren dat hun wereld op hun kop staat terwijl de buitenwereld gewoon doorgaat alsof er niets is gebeurd. Dat is een heel vervreemdende ervaring waardoor iemand zich heel eenzaam kan voelen. Wil je er voor je verdrietige collega zijn? Ontloop hem of haar dan niet, want de ander kan zich er behoorlijk door in de steek gelaten voelen.

 

Tip 2: Laat je niet (af)leiden door de buitenkant van de ander

Sommige mensen hebben altijd een lach op hun gezicht, of het nou goed met ze gaat of niet. Maak daar niet uit op dat ze het verdriet alweer te boven zijn. Veel mensen laten hun verdriet pas zien als ze het gevoel hebben dat het er mag zijn en jij het aankunt.

 

Tip 3: Stel vragen in plaats van dat je oplossingen biedt, aannames doet of relativeert

Iemand die verdrietig is zit daar niet op te wachten, hoe goed bedoeld ook. Het kan je collega het gevoel geven dat het verdriet er niet mag zijn. Je kunt dus beter vragen hoe het met de ander gaat en dan luisteren. Je hebt dan misschien het gevoel dat je niets doet, maar dat doe je wel! Je biedt immers een luisterend oor, aandacht en ruimte. En daar heeft de ander meestal veel meer behoefte aan dan aan jouw ‘wijze woorden’, clichés (‘Na regen komt zonneschijn’) of relativerende opmerkingen (zoals bij een scheiding: ‘Je ontmoet vast wel weer iemand anders’).

 

Tip 4: Huil niet mee, maar luister en erken de gevoelens van je collega

Veel mensen die verdrietig zijn hebben liever steun van iemand die stevig blijft dan iemand die meehuilt. Dat voelt veiliger. De ander kan zich dan op zichzelf richten en hoeft zich niet ook nog om jouw verdriet te bekommeren.

 

Erkennen doe je door uit te spreken dat je je kunt voorstellen dat de ander zich verdrietig, somber, boos of bang voelt (wat het ook is). Daardoor merkt de ander dat zijn of haar gevoelens er mogen zijn. Dat hij of zij geen aansteller of vreemde is. Iemand met een sterke Innerlijke Criticus kan dat echt nodig hebben als tegengeluid (tegen kritische innerlijke stemmetjes die zeggen: ‘Wat ben jij een aansteller!’). Het kan zijn dat je collega nu breekt en moet huilen. Denk dan niet dat je iets verkeerd hebt gezegd. Integendeel, je hebt de ander juist geholpen! En wel bij het uiten van zijn/haar gevoelens! Vaak lucht dat enorm op en voelt de ander zich daarna een stuk beter, meer ontspannen.

 

Tip 5: Blijf even stil als de ander is uitgehuild en wacht tot de ander weer gaat spreken

In trainingen merk ik vaak hoe veel mensen moeite hebben met het laten vallen van een stilte. Als je stil blijft als iemand huilt, maar ook daarna, zul je merken dat de stilte geen ongemakkelijke is. Sterker nog, jij en je collega zullen rust en ruimte ervaren. Dat helpt de ander om even tot zichzelf te komen. Grote kans dat deze vervolgens de stilte verbreekt met een vraag of een zelfbedachte oplossing. In deze fase van het gesprek zul je hoogstwaarschijnlijk allebei een waardevolle verbinding en dankbaarheid ervaren.

 

Dat je daarna weer aan het werk moet geeft niet. Je hebt zo de eerste steen gelegd voor een warm collegiaal contact. De ander weet dat je er voor hem/haar bent, wat er ook speelt. Dat geeft troost en vertrouwen. Grote kans dat de ander ook voor jou klaar wil staan als jij het zwaar hebt. Mooi toch als je er zo op het werk voor elkaar kunt zijn? Je zal zien dat het ook de samenwerking en sfeer op het werk ten goede komt.

 

Behoefte aan meer tips? Dan kan ik je het boekje Troost vragen, geven en ontvangen van Riekje Boswijk-Hummel van harte aanbevelen. Het staat vol praktische voorbeelden van do’s en don’ts waar je geen hulpverlener voor hoeft te zijn om er wat aan te hebben.

 

Wil je reageren op dit artikel? Ik lees je reactie graag!  


© Petra van Reek | IK-werk

 

> 1 reacties

> Plaats reactie

 


 

EHBO: Eerste Hulp Bij Oververmoeidheid

Gepubliceerd op 30 april 2014 door Petra van Reek

 

De meeste mensen die ik coach kampen met klachten van oververmoeidheid. Ze zijn zo moe dat ze zich nergens meer toe in staat voelen en daarom maar ‘toegeven aan hun vermoeidheid’. Als ik in coachingsgesprekken doorvraag hoe ze dat doen hoor ik vaak dat ze ’s avonds na het werk (als ze nog werken) op de bank neerploffen en in slaap vallen. Totdat ze wakker worden, opstaan en zich met moeite naar hun bed slepen om daar de slaap te hervatten (als dat dan nog lukt). Als ik hen vraag of het helpt hoor ik vaak van niet. En daarom dit EHBO-artikel met praktische tips: wat te doen als je oververmoeid bent?

 

Tip 1: (H)erken je vermoeidheid

De mensen die ik coach met een sterke innerlijke ‘Pusher’ (en dat zijn er veel!) herkennen hun vermoeidheid wel, maar hebben vooral moeite met het erkennen ervan. Ze willen vooral doorgaan en zien vermoeidheid eerder als een signaal om nog even een tandje bij te zetten dan pas op de plaats te maken. Onder het mom van: ‘anders komt mijn werk nooit af’. Dit lijkt een heel actieve manier van omgaan met problemen (=  coping), maar is juist kenmerkend voor passieve coping. Immers, ze nemen niet de tijd om de oorzaak van hun klachten aan te pakken en gaan maar door. Daarmee putten ze zichzelf uit. Als ze ook nog eens behept zijn met een sterke innerlijke ‘Pleaser’ en ‘Perfectionist’ is de ‘burnoutcocktail’ compleet.

 

Tip 2: onderzoek de aard en oorzaak van je vermoeidheid en onderneem passende actie

Ben je niet zozeer fysiek, maar vooral mentaal moe? Ga dan niet op de bank liggen om uit te rusten, maar ga bewegen! Maakt niet wat je gaat doen (wandelen, fietsen, hardlopen etc.), als je maar niet direct je grenzen gaat opzoeken (zoals een halve marathon lopen). Want dan wordt het alsnog een uitputtingsslag en ben je letterlijk en figuurlijk verder van huis. Kijk ook waar je nu precies zo moe van bent. Is de werkdruk te hoog? Ligt er privé teveel op je bord? Past je baan niet meer bij je? Neem de tijd om naar oplossingen te zoeken die jouw probleem bij de kern aanpakken.

 

Tip 3: raadpleeg een arts om een medische oorzaak uit te sluiten

Twijfel je of je vermoeidheid een medische oorzaak heeft? Raadpleeg dan voor de zekerheid je huis- of bedrijfsarts. Maar pas op voor onnodig gemedicaliseer, waar sommige artsen toe geneigd zijn. Want in veel gevallen zijn je klachten wel medisch (bijv. hoofdpijn), maar is de oorzaak dit niet (bijv. disbalans werk/privé). Mijn beroepsgroep kennende: pas ook op voor onnodig gepsychologiseer! ;-)

 

Tip 4: zoek steun bij je leidinggevende en/of een deskundig adviseur

Of de oorzaak van je klachten nu werkgerelateerd is of niet, ik raad mensen wel vaak aan het bepreekbaar te maken met hun leidinggevende. Als je een goede leidinggevende hebt, zal deze je dankbaar zijn voor je eerlijkheid en je waar mogelijk steunen. Is je leidinggevende juist de oorzaak van je probleem? Zoek dan hulp bij een vertrouwenspersoon, de bedrijfsarts of een bedrijfspsycholoog/coach. Zij kunnen je helpen bij het vinden van oplossingen voor je problemen. Heb je vooral moeite met het vragen en accepteren van steun? Heb dan het lef je hierin te laten coachen. Je zult zien dat je er alleen maar sterker van wordt!

 

Ben je geholpen met de tips in dit artikel? Ik lees graag je reactie.


© Petra van Reek | IK-werk

 

> 0 reacties

> Plaats reactie

 


 

Wat Sven Kramer ons leert over het incasseren van tegenslagen

Gepubliceerd op 21 februari 2014 door Petra van Reek

 
Voor de vierde keer een Nederlands schaatspodium in Sotsji. Wat een topprestatie! En wat was het spannend! Wie wint goud? Jorrit of Sven? Het werd Jorrit. Wat een wereldtijd. Respect!
 
jorrit, sven, bob website.jpg
 
Maar ook respect voor de manier waarop Sven Kramer deze grote klap incasseerde. Hij had zo graag die 10 kilometer willen winnen. Zeker na die foute wissel in Vancouver vier jaar geleden. Maar hij werd tweede…
 
Tegenslagen incasseren. Niemand doet het graag. Maar je ontkomt er niet aan, helaas. Niemand. Dus je kunt er maar beter goed mee om leren gaan. Maar hoe doe je dat? Laat je inspireren door de vijf lessen van Sven Kramer.

 

 
 Sven: “Het is gewoon klote.”  
 

Les 1: sta jezelf gevoelens van teleurstelling en verdriet toe

Als je jarenlang keihard werkt om een doel te bereiken (in sport, werk of privé) en het mislukt, dan is het logisch dat je teleurgesteld bent. Als je dit (h)erkent in plaats van wegmaakt of relativeert, geef je jezelf letterlijk lucht om te ontladen. En dat helpt je weer er sneller bovenop te komen. Jezelf forceren, voor de gek houden (“het doet me niks”) of relativeren (“er zijn ergere dingen in het leven”) kost je bakken energie die je ongetwijfeld beter kunt besteden. In tegenstelling tot anderen heb ik me daarom ook totaal niet gestoord aan Kramers gelatenheid op het podium. Maar wel aan de reactie van Bob de Jong: “Hij wil een bedroefde sfeer neerleggen en dat doet pijn”. Waarom zou Sven dat willen? Hij had net dé wedstrijd van zijn leven verloren en daar is hij bedroefd over. Ik vind deze reactie getuigen van weinig inlevingsvermogen. En had liever gezien dat hij een schouder van Bob had gekregen in plaats van kritiek.
 
Sven: “Jorrit rijdt hier een wereldtijd.”
 

Les 2: wees sportief over de prestaties van anderen

Sven is nog maar net over de finish en feliciteert Jorrit al met zijn overwinning. Ook daarna steekt hij geen energie in vuilspuiterij. En dat maakt hem wat mij betreft een sportieve teamspeler die de steun van zijn team verdient. Nogmaals, jammer dat hij die niet van iedereen heeft gekregen.
 
Sven: “Je moet voor de 10 kilometer 100% fit zijn en dat was ik niet… Maar ook al was ik fit dan had ik nog maar moeten zien of ik deze tijd haal. Ik ben nog nooit sneller geweest dan Jorrit.”
 

Les 3: wees eerlijk naar jezelf en anderen

Is Sven eerlijk? Ik weet het niet. Hij begint in het interview wel heel snel over zijn rugklachten. Maar hij zegt ook dat Jorrit gewoon een supertijd heeft gereden. Hij legt het dus niet volledig buiten zichzelf. En dat vind ik sterk. Want je kunt jezelf alleen verbeteren als je bij tegenslagen ook bereid bent naar je eigen aandeel te kijken.  
 
Sven: “Niet meedoen? Zo zit ik niet in elkaar.”
 

Les 4: geef het niet op, maar kijk naar wat je nog wel kunt doen

In mijn werk hoor ik het mensen nog wel eens opgeven voordat ze geprobeerd hebben iets aan een lastige situatie of zichzelf te veranderen. Dat vind ik altijd zo zonde. Vaak zijn heel drastische maatregelen, zoals je baan opzeggen, helemaal niet nodig. Je assertief opstellen is soms al voldoende. Of steun vragen én deze accepteren. Het zijn vaardigheden die je kunt  ontwikkelen als je dat wilt. En die je sterker maken.
 
Sven: “Ik ben helemaal niet bezig met de Spelen over vier jaar. Het moet geen obsessie worden”
 

Les 5: er is méér dan dat ene doel

Er is méér dan schaatsen. En voor velen geldt: er is méér dan werk. Er zijn maar heel weinig mensen die op hun sterfbed zeggen: “Had ik maar meer gewerkt”. Veel vaker komt het voor dat ze meer hadden willen genieten van hun dierbaren en het leven. Als je je dat realiseert en daar ook naar handelt heb je meer plezier én ben je veel weerbaarder bij tegenslag.
 
Ik ben benieuwd naar je reactie op dit artikel. Laat je van je horen?

© Petra van Reek | IK-werk 

 

> 3 reacties

> Plaats reactie

 


 

Vier tips om werkstress de baas te blijven in onzekere tijden

Gepubliceerd op 10 december 2013 door Petra van Reek

 

Verzekeraar Achmea schrapt de komende drie jaar 4.000 van de 19.000 banen. Dat hoorde ik vorige week op het nieuws. Maar niet alleen bij Achmea vallen er klappen. Grote ontslagrondes zijn er het afgelopen jaar ook geweest bij Nationale Nederlanden, SNS Reaal, Aegon, Menzis en Univé.

 

Ike Wiersinga van CNV Dienstenbond vertelde in de nieuwsuitzending dat de werkgelegenheid in de bank- en verzekeringswereld de afgelopen vijf jaar is afgenomen van 150.000 naar 100.000 arbeidsplaatsen. En dat er de komende vijf jaar nog eens 50.000 banen zullen verdwijnen zodat er nog maar 50.000 zullen overblijven.

 

Als je werkt in deze branche kan ik me voorstellen dat je veel stress ervaart. Je vaste contract biedt immers geen zekerheid meer. Daarnaast word je genoodzaakt met minder mensen meer werk te verzetten. Hoe houd je het vol zonder geveld te worden door alle werkstress? In dit artikel geef ik je vier tips.


Vier tips om werkstress de baas te blijven in onzekere tijden

Tip 1: bewaak je grenzen en laat verantwoordelijkheden waar ze horen

Veel mensen die ik coach en train zijn met overbelastingsklachten op het werk uitgevallen.  Pas als ze thuis zitten realiseren ze zich dat ze te lang over hun grenzen zijn gegaan. Achteraf weten ze precies welke stresssignalen ze hebben genegeerd: aanhoudende vermoeidheid, vol hoofd, nek-, schouder- en/of rugklachten, verlies van motivatie en werkplezier, kort lontje, slaap- en/of concentratieproblemen. Herken jij (al) deze klachten bij jezelf? Blijf dan niet doorrennen, maar trek aan de bel bij je manager. Zeg dat het zo niet langer gaat en vraag om steun. Schaam je hier niet voor! Mijn ervaring is dat te veel medewerkers van een managementprobleem hun probleem maken. En daarmee houden ze zelf de problemen in stand, hoe goed bedoeld ook. Niet doen dus!

 

Tip 2: blijf tijd maken voor ontspanning en plezier om jezelf op te laden

Helaas hoor ik vaak dat mensen het eerst stoppen met hobby’s en sociale contacten als ze het (te) druk hebben. Met als gevolg dat ze zichzelf nog sneller uitputten, omdat er meer energie weglekt dan er terugkomt. Waar krijg jij energie van? Sporten, uitgaan met vrienden, muziek maken of schilderen? Wat het ook is, blijf het juist doen als je druk bent om te voorkomen dat je uit balans raakt.

 

Tip 3: maak je niet te afhankelijk van je werkgever, maar pak je kansen

In deze tijd zie ik veel mensen die graag van baan zouden veranderen, maar dat toch niet doen. Zelfs als hun huidige baan hen ziek maakt. Vaak om financiële redenen. Ik snap dat je als kostwinner liever geen risico’s neemt. Maar realiseer je dat je nóg verder van huis bent als je langdurig uitvalt door overbelasting. En dat tegenwoordig geen baan meer voor het leven is. De ‘zekerheid’ die je nu misschien haalt uit een vast contract is een schijnzekerheid. Daarom deze tip om je niet te afhankelijk op te stellen van je werkgever en zelf de regie te blijven voeren over je loopbaan. Benieuwd naar hoe jij je kansen op de arbeidsmarkt kunt vergroten? Test hoe goed jij bent in het creëren én benutten van kansen en laat je inspireren door anderen via deze link: http://werknemers.duurzameinzetbaarheid.nl/kansen-benutten.

 

Tip 4: ga ‘jobcraften’ om je werk leuker te maken

Jobcraften betekent letterlijk ‘sleutelen aan je baan’ voor meer werkplezier. Dit kun je doen door je hulpbronnen op het werk te verhogen (bijv. het zoeken van steun, feedback en leermogelijkheden) en je taakeisen te verlagen (d.w.z. taken versimpelen/verlichten of efficiënter werken). Uiteraard wel in overleg met je leidinggevende. Vind je jouw werk juist te saai/simpel? Kijk dan of je je taakeisen kunt verhogen. Bedenk welke verantwoordelijkheden/uitdagingen je aan je huidige functie zou willen toevoegen en maak dit bespreekbaar met je leidinggevende.

 

Bonustip: Levert jobcraften je onvoldoende op en wil je echt weg bij je huidige werkgever? Maak dan niet de fout (zoals helaas veel mensen doen) om een negatieve keuze te maken. Vanuit de gedachte: ‘Alles beter dan dit’. Vaak beland je dan van de regen in de drup. Kies altijd voor een baan omdat hij aansluit bij jouw talenten en interesses.

 

Ik ben benieuwd naar je reactie op dit artikel. Laat je van je horen?


© Petra van Reek | IK-werk

 

> 5 reacties

> Plaats reactie

 


 

5 tips voor als Het Nieuwe Werken (HNW) nog niet werkt voor jou

Gepubliceerd op 16 september 2013 door Petra van Reek

 

Meer dan de helft van de kennisspecialisten/professionals in Nederland bepaalt zelf waar en wanneer zij werken. Het Nieuwe Werken (HNW) lijkt niet meer zo ‘nieuw’ te zijn. De eerste wetenschappelijke publicaties over HNW hebben vooral oog voor de voordelen voor werkgevers. Denk aan: lagere kosten voor huisvesting, minder reistijd, lagere reiskosten, werknemers die effectiever en efficiënter werken etc.

 

HNWa.jpg

 

Maar wat zijn de gevolgen van HNW voor werknemers? Hier is nog relatief weinig onderzoek naar gedaan. Maar de onderzoeken die gedaan zijn tonen aan dat HNW:

  1. een positief effect heeft op prestaties, efficiency en werktevredenheid
  2. als minder vermoeiend wordt ervaren
  3. niet leidt tot minder stress en uitputting
  4. bijdraagt aan het vervagen van de grenzen tussen werk en privé, wat juist kan zorgen voor een toename van stress
  5. ertoe leidt dat mensen eerder meer dan minder uren gaan werken

Het meest interessant vind ik nog het onderzoek van GITP en Veldhoen + Company in 2011. Hierin is gekeken naar de invloed van persoonskenmerken van medewerkers op werktevredenheid en productiviteit bij HNW. En wat blijkt? Een hoge mate van extraversie, vriendelijkheid, consciëntieusheid en vooral intrinsieke motivatie hebben een positieve invloed op werktevredenheid en productiviteit bij HNW. Extraverten zijn goed in het actief leggen van contacten en het nemen van initiatief. Vriendelijke mensen kunnen vaak goed samenwerken en mensen die consciëntieus zijn kunnen heel goed structuur aanbrengen en planmatig werken. Deze vaardigheden zijn allemaal belangrijk voor HNW, want hierbij wordt een behoorlijk beroep gedaan op je sociale vaardigheden en het vermogen jezelf effectief aan te sturen.

 

Verder blijkt onzekerheid een negatieve invloed te hebben op werktevredenheid en productiviteit bij HNW. Onzekere mensen worden volgens GITP gehinderd door schuldgevoelens over het feit dat ze plaats- en tijdonafhankelijk werken. En ze zijn bang dat hun collega’s en leidinggevende denken dat ze thuis niets uitvoeren en dat ze als gevolg een slechtere beoordeling krijgen.

 

Wat te doen als je ervaart dat HNW niet zo goed bij je past?

 

Tip voor introverte mensen

Je kracht is dat je goed in staat bent alleen te werken. Maar pas op dat je jezelf niet teveel afsluit van je omgeving en vervalt in passiviteit. Blijf de contacten met je collega’s en je leidinggevende actief onderhouden zodat je op de hoogte blijft van elkaar, weet wat er speelt op het werk en productief blijft.

 

Tip voor onzekere mensen

Je kunnen inleven in anderen is een kwaliteit, maar pas op dat je geen aannames doet die je angst en onzekerheid aanwakkeren (zoals: “Ze denken vast dat ik niets uitvoer thuis.”). Check de feiten en vraag je collega’s en leidinggevende wat ze er werkelijk van vinden als je thuis/buiten kantoor werkt. Grote kans dat je je onnodig zorgen maakt. Zonde van je tijd en energie!

 

Tip voor mensen die soms  te assertief  en doelgericht zijn

Goed dat je assertief en doelgericht bent, maar vergeet de ander niet! Als je meer luistert en rekening houdt met de ander, loopt de samenwerking een stuk soepeler en krijg je meer voor elkaar.

 

Tip voor mensen die moeite hebben met plannen en het afronden van taken

Stel jezelf elke werkdag doelen en begin je dag met wat je per se gedaan wilt hebben. Zo houd je overzicht en regie over je werk in plaats van erdoor geleefd te worden. Begin dus niet met het lezen van je e-mail (wat veel mensen doen), want dan komt er meestal niks meer van je doelen terecht en belanden ze morgen opnieuw op je to-do lijst.

 

Tip voor iedereen die waarde hecht aan een gezonde werk-privé balans

Als je stress door HNW wilt voorkomen, luister dan goed naar je stresssignalen en bewaak je grenzen. Ontwikkel je vaardigheden in assertiviteit, timemanagement en stresshantering om sterker te worden in zelfmanagement. Dan werkt HNW ook voor jou!

 


© Petra van Reek | IK-werk

 

> 0 reacties

> Plaats reactie

 


 

Drie tips om leren leuker te maken voor jezelf

Gepubliceerd op 21 juni 2013 door Petra van Reek

 

Leren doet pijn. Groeipijn noemde één van mijn leidinggevenden het toen ik nog in loondienst werkte. Tijdens mijn trainersopleiding leerde ik juist het tegenovergestelde. ‘Waar niet wordt gelachen, wordt niet geleerd’, vertelde de docent ons. Wie heeft er nu gelijk? Ik denk dat ze allebei gelijk hebben.

 

Zo hoor ik mensen met burnoutklachten vaak zeggen dat ze al lange tijd stresssignalen gevoeld hebben, maar die net zo lang genegeerd hebben totdat het lijf het niet meer toeliet. Typische burnoutklachten zijn: oververmoeidheid, concentratieproblemen, verlies van werkplezier, emotionele instabiliteit en onzekerheid over de eigen capaciteiten. Tja, en zo bekeken doet leren pijn.

 

Maar is pijn per se noodzakelijk om te kunnen leren? Ik weet dat er coaches, psychologen en opleiders zijn die hiervan overtuigd zijn en hun werkwijze hier op baseren. Ze zien een coaching of training pas als geslaagd wanneer er tranen hebben gevloeid. Alsof dát het criterium is.

 

Nu lijkt het misschien alsof ik tegen tranen ben, maar dat is zeker niet zo. Ik weet - ook uit eigen ervaring - hoe helend het kan zijn om je emoties te uiten. Zeker als je veel verdriet hebt en dit al lang hebt ingehouden. Vaak lucht het op en verzacht het je pijn zodat je weer verder kunt.

 

Maar het is zeker niet de enige manier om te leren of te groeien. Want in mijn coachings en trainingen zie ik ook vaak hoe helend humor kan werken. Zeker voor mensen die in een burnout zijn beland door te lang superstreng te zijn naar zichzelf. Dan kan juist een speelse aanpak voor lucht zorgen.

 

Speciaal voor de lezers die over het algemeen vrij streng zijn voor zichzelf heb ik een paar tips om leren leuker te maken.

 

Tip 1: Bedenk regelmatig leuke uitdagingen voor jezelf

Wat is jouw grootste les? Fouten durven maken? Durven delegeren? Jezelf profileren? Je grenzen beter bewaken? Wat het ook is, je kunt het op een leuke manier leren door jezelf uit te dagen met risico-opdrachten. Dit zijn oefeningen die je voor jezelf bedenkt om uit je comfort-zone te stappen in de richting van je leerdoel. Ik geef deze opdracht altijd in assertiviteitstrainingen en sta regelmatig versteld van de creativiteit en humor die deelnemers in huis hebben! Zo zal ik nooit de deelnemer vergeten die de groep verraste door ‘De meeste dromen zijn bedrog’ van Marco Borsato op zijn stoel te gaan zingen! Zijn leerdoel laat zich raden: zichzelf meer profileren. Na deze ervaring ging dat op het werk ook een stuk beter. Het leuke van risico-opdrachten is dat je ze niet per se op het werk hoeft te doen om er daar van te profiteren. Ideaal dus voor vakanties!

 

Tip 2: Laat iemand die jou goed kent een uitdaging voor je bedenken

Ideale tip als je zelf niet zo creatief bent in het bedenken van risico-opdrachten. Voor een ander is het vaak makkelijker dan voor jezelf, dus vraag je zus, partner, vriend(in) of een goede collega eens om mee te denken.

 

Tip 3: Zoek iemand op met hetzelfde leerdoel en bedenk samen een leuke uitdaging die je ook samen uitvoert

Onmiddellijk moet ik denken aan twee deelnemers uit een andere assertiviteitstraining dan bij tip 1. Zij hadden als leerdoel om meer voor hun eigen belangen op te komen in plaats van zichzelf altijd wegcijferen voor anderen. Op een dag hebben zij de stoute schoenen aangetrokken en iets ondernomen wat zij voorheen nooooit gedurfd hadden. Ze zijn samen naar een schoenenwinkel gegaan waar ze het personeel het ene paar na het andere paar schoenen lieten aanrukken uit het magazijn. Om vervolgens niets te kopen. Ze hadden de grootste lol en dat kan ik me helemaal voorstellen. Hierna hadden ze allebei minder moeite met het vragen van steun, zowel in privé als op het werk.

 

Welke risico-opdracht kun jij voor jezelf (laten) bedenken om jezelf wat meer uit te dagen? Ik ben benieuwd en lees je reactie graag.

 

 

© Petra van Reek | IK-werk

 

> 0 reacties

> Plaats reactie

 


 

De tien beste delegeertips

Gepubliceerd op 5 april 2013 door Petra van Reek

 

De laatste tijd coach en train ik veel leidinggevende professionals. Wanneer het over het delegeren van taken en verantwoordelijkheden aan medewerkers gaat, hoor ik heel vaak de volgende uitspraken:

 

  • ‘Ik doe het liever zelf, want dan weet ik zeker dat het goed gaat.’
  • ‘Ik heb geen tijd om taken te delegeren. In de tijd dat ik uitleg hoe het moet heb ik het al tien keer zelf gedaan.’
  • ‘Ik moet het zelf doen, want dat is mijn taak als manager.’
  • ‘Niemand kan wat ik kan.’

 

Met als gevolg dat ze zichzelf overwerken en soms zelfs uitvallen met overbelastingsklachten. Als ik deze leidinggevenden vraag wat delegeren hen zou kunnen opleveren, komt meestal het antwoord: ‘meer tijd om de dingen te doen waar ik nu niet aan toe kom’. Gevolgd door de opmerking dat ze die ervaring helaas nog niet hebben en daarom dus onvoldoende of zelfs niet delegeren.

 

Als ik hen vraag wat het nog meer zou kunnen opleveren, blijft het vaak stil. En dan vertel ik over een nog veel belangrijkere reden om te delegeren. Namelijk dat het één van de beste manieren is om bij te dragen aan de professionele en persoonlijke ontwikkeling van je medewerkers. Mits je effectief delegeert. Maar hoe doe je dat?

 

De volgende tips heb ik (helaas) niet zelf bedacht, maar zijn wel heel nuttig als je beter wilt leren delegeren. Ze komen uit het Handboek Managementvaardigheden (3e editie) van Quinn e.a.

 

Tip 1: Bedenk wat je gedaan wilt hebben én waarom

Mensen doen graag zinvol werk is mijn ervaring. Ze willen weten aan welk doel hun werk bijdraagt. Wees daar dus helder over naar jezelf én je medewerkers.

 

Tip 2: Zoek de juiste persoon voor de taak

De juiste persoon is de medewerker voor wie de taak voldoende uitdaging biedt. Dat betekent dat de taak voor hem of haar niet te makkelijk, maar ook niet te moeilijk is.

 

Tip 3: Wees duidelijk naar de ander bij het toewijzen van een taak

Het gaat hierbij niet alleen om het overbrengen van het wat en waarom. Wees ook duidelijk over deadlines en tijdschema’s. En stel vragen om te checken of medewerkers volledig begrijpen wat de taak inhoudt.

 

Tip 4: Zorg er voor dat de ander de tijd heeft om de opdracht uit te voeren

Heeft een medewerker meerdere taken? Wees dan duidelijk over de prioriteiten.

 

Tip 5: Wees beschikbaar voor advies en overleg

Zo steun je je medewerker en kun je veel missers voorkomen.

 

Tip 6: Laat de ander de taak naar eigen goeddunken uitvoeren

Toon vertrouwen in de capaciteiten van je medewerkers en leg de lat niet te hoog.

 

Tip 7: Controleer de voortgang van de opdracht, maar grijp niet te snel in als er iets mis dreigt te gaan

Als medewerkers de kans krijgen zelf problemen op te lossen, vergroot dat hun zelfvertrouwen en hun probleemoplossend vermogen.

 

Tip 8: Stel de persoon aan wie je taken gedelegeerd hebt verantwoordelijk voor het werk en eventuele problemen die zich voordoen

 Je delegeert immers om medewerkers de kans te geven te groeien.

 

Tip 9: Zorg ervoor dat de persoon de juiste autoriteit heeft om de taak uit te voeren en alle middelen en medewerking krijgt die nodig zijn om de taak met succes te volbrengen

Een veelvoorkomende reden waarom delegatie mislukt, is dat een medewerker de verantwoordelijkheid krijgt voor een opdracht zonder de autoriteit te hebben om deze te voltooien of zonder voldoende vrijheid te krijgen om de manier van voltooien te kiezen.

 

Tip 10: Erken de prestaties van de medewerker

Dit is de laatste, maar zeker niet de minst belangrijke tip! Het uitspreken van waardering helpt een medewerker zijn of haar motivatie hoog te houden. Daarbij is mijn ervaring is dat medewerkers meer waarde hechten aan immateriële waardering (compliment/schouderklop) dan aan materiële (zoals een bonus). Niet vergeten dus!

 

Kortom: effectief delegeren is méér dan je medewerkers een opdracht geven. Het is net opvoeden. Wat vind jij? Ik lees graag je reactie.

 

 

© Petra van Reek | IK-werk

 

> 0 reacties

> Plaats reactie

 


 

Feestdagen met familie? Zo wordt het écht leuk!

Gepubliceerd op 19 december 2012 door Petra van Reek

 

Tijdens het laatste blok van de opleiding tot allround Voice Dialogue Coach viel mij op hoeveel mensen opzien tegen familiebezoek tijdens de kerstdagen. Al die sociale verplichtingen als je eigenlijk toe bent aan rust na een jaar hard werken. En dan ook nog die opgelegde vrolijkheid en gezelligheid, terwijl je je misschien juist moe of somber voelt. Ik zag menig gezicht betrekken toen we het hadden over ieders kerstplannen. En dan te bedenken dat we allemaal ervaren coaches, trainers en psychologen zijn!

Het herinnert me aan een grappige uitspraak op een Loesje-kalender jaren geleden: 'Als je denkt dat je verlicht bent, ga dan eens een weekend bij je ouders logeren.' Ja, zo'n logeerpartij triggert natuurlijk wel wat! Zodra je bij je (schoon)familie bent, voel je je weer een rebelse puber en beland je weer in dezelfde discussies als vroeger. Of je merkt dat je juist ontzettend aan het pleasen bent om de sfeer maar niet te bederven. Kortom, je voelt je onvrij. Hoe kan dat nou? In dit artikel beantwoord ik deze vraag en geef ik je dé tip hoe je het écht leuk kunt hebben met elkaar. Tijdens de feestdagen en daarna.

Maar voordat ik dat doe, wil ik je eerst even kort uitleggen wat Voice Dialogue en de 'psychologie van de ikken' inhoudt. Want vanuit deze invalshoek wil ik deze vraag graag beantwoorden.

Voice Dialogue is een methode voor persoonlijke ontwikkeling die ontwikkeld is door het psychotherapeuten-echtpaar Hal en Sidra Stone in de jaren zeventig. Zij gaan er, net als Jung, van uit dat elk mens bestaat uit meerdere 'ikken' en dat we al die ikken overal met ons meedragen. Veelvoorkomende ikken zijn: de Pleaser, de Perfectionist, de Pusher, de Denker, de Levensgenieter, het Innerlijke Kind en de Innerlijke Criticus. Maar er zijn er ontelbaar veel meer! Het zijn allemaal subpersonen in jezelf zijn met een eigen stem, eigen wil, eigen gevoelens en eigen gedrag. Met Voice Dialogue kun je in gesprek komen met al die verschillende ikken in jezelf. Doel daarvan is dat je ze leert herkennen en door een proces van bewustwording weer keuzevrijheid ervaart. In plaats van onbewust geleefd te worden door enkele ikken in jezelf, die andere ikken in jou verstoten en daarmee jouw gedragsrepertoire behoorlijk beperken.

Kun je je hier iets bij voorstellen? Zo niet, dan kan het helpen als je je persoonlijkheid ziet als een bus vol ikken. Alle subpersonen zijn passagiers en jijzelf zit als chauffeur achter het stuur. Denk je. Maar vaak is het één subpersoon die de bus bestuurt zonder dat je dat door hebt (of het zijn er een paar). Bijvoorbeeld je Pleaser die wil dat iedereen het naar zijn zin heeft, maar jouw behoeftes voor het gemak vergeet. Of je Pusher die voortdurend wil dat je méér doet en opschiet. Als je deze ikken sterk hebt ontwikkeld, belanden de subpersonen die meer houden van rust en genieten automatisch achterin de bus. Met als gevolg dat je niet meer weet hoe je moet ontspannen of wat je werkelijk wilt in het leven.

Hoe subpersonen een rol spelen in de aanloop naar de feestdagen: een (wellicht herkenbaar) voorbeeld.
Het is de week voor kerst en je bent druk bezig met het afronden van je werkzaamheden voor de kerstvakantie. Het lukt je moeilijk geconcentreerd te blijven, want je hebt een vol hoofd. 'Niks vergeten en geen fouten maken' zegt je Perfectionist. 'Kunnen we niet nu al stoppen met werken? Ik heb geen zin meer en wil relaxen' zegt je Levensgenieter. 'Nee, nog even doorgaan, het is bijna af' zegt je Pusher. 'Ook tijd inplannen om morgen op elke kerstkaart nog een persoonlijke tekst te zetten', zegt je Pleaser. Tja, en wat doe je dan? In mijn geval: doorwerken, hoe moeizaam het ook gaat. Ik heb een sterke Pusher. ;-) En daardoor helaas ook nog wel eens een stijve nek. :-(

Als je dit zo leest en herkent, zou je bijna denken dat je een meervoudige persoonlijkheidsstoornis hebt. Maar wees gerust, dat is niet zo. Iedereen heeft dit. Het is normaal. Nogmaals: het is de kunst om de verschillende ikken te (h)erkennen en er zelf weer de regie over te krijgen.

Nu terug naar de vraag aan het begin van dit artikel.

Hoe komt het nou dat je tijdens familiebezoek soms ineens 'jezelf verliest' en belandt in oude patronen?
Het heeft vaak alles te maken met bindingspatronen, één van de pijlers uit het gedachtegoed van de Stones. Bij een bindingspatroon neemt (vaak onbewust) een subpersoon het stuur van je persoonlijkheid over, zowel bij jou als bij de ander. Je kunt dan alleen nog maar op de ander reageren met de manieren van deze subpersoon. Op zich is er niks mis met bindingspatronen, tenzij je er last van hebt. Dan is er sprake van een negatief bindingspatroon.

Terug naar het kerstvoorbeeld om een (mogelijk herkenbaar) negatief bindingspatroon te illustreren. Je moeder belt je op en zegt vanuit haar Aandachtvragende Ik: "Je komt toch wel hè met Eerste Kerstdag?". Je bent moe en eigenlijk wil je die dag thuisblijven, maar voordat je er erg in hebt zegt jouw Pleaser: "Ja, natuurlijk mam. Hoe laat schikt het?". En dan is het Eerste Kerstdag. Je bent bij je ouders en je voelt je moe en gespannen. Maar in plaats van dat te zeggen, trek je je terug en word je stil. Tijdens het kerstdiner is je moeder jouw afwezige gedrag zat en zegt ze op felle toon tegen je: "Wat ben jij ongezellig vandaag zeg!". Die opmerking raakt je en maakt je verdrietig. Maar in plaats van dat te zeggen, word je boos en verwijt je haar dat ze alleen maar met zichzelf bezig is. Daarop reageert zij kwaad en zegt dat je naar jezelf moet kijken, omdat zij degene is die voor dit diner dagen in de keuken heeft gestaan. Kortom: vuurwerk aan tafel. Gezellig.

Herkenbaar? Dit wil je natuurlijk voorkomen, maar hoe doe je dat?

Hier dan eindelijk dé tip om het écht gezellig te houden tijdens de feestdagen: neem naar je familie ook je verstoten ikken mee (de subs achterin je bus) en spreek je behoefte uit. Volgens de psychologie van de ikken hoef je in een bindingspatroon niet lang naar je verstoten ikken te zoeken. Want de ander heeft hem achter het stuur van zijn bus zitten! In bovenstaand voorbeeld heb je dus jouw Aandachtvragende Ik verstoten, de kant in jou die behoefte heeft aan rust. En hoe meer jij die kant verstoot, hoe meer de ander die Aandachtvragende Ik laat zien. Want ikken polariseren volgens de Stones. Om dus irritatie over en weer te voorkomen kun je het best zelf zorgdragen voor jouw verstoten kanten, dan hoeft de ander die niet voorin zijn bus te zetten. Hoe je dat concreet doet in dit voorbeeld? Heel simpel. Zeg gewoon eerlijk tegen je (schoon)moeder dat je moe bent. Ga wel bij haar op bezoek als je Pleaser dit wil, maar niet heel de dag zodat je ook tijd hebt om uit te rusten. Wedden dat het dan toch nog leuk wordt? Ik lees je reactie graag op deze blog en wens je gezellige feestdagen en alle goeds voor 2013!


 
© Petra van Reek | IK-werk

 

> 1 reacties

> Plaats reactie

 


 

Hoe je perfectionisme je kan tegenwerken + tips

Gepubliceerd op 5 oktober 2012 door Petra van Reek

 

Ben jij iemand die het liefst foutloos werkt? Iemand die bij zichzelf en/of anderen altijd ziet wat er beter had gekund? Grote kans dat je een sterke Perfectionist in je hebt. Ik zeg met opzet niet dat je een perfectionist bent, want dan doe ik je tekort en dat wil ik niet. Daarom spreek ik liever over je (innerlijke) Perfectionist. Dat geeft ruimte voor meer kanten die je waarschijnlijk wel in jezelf herkent, zoals de: Doener, Denker, Levensgenieter, Pleaser, Pusher, Controleur, het Innerlijke Kind en misschien nog wel meer. Elk mens herkent deze 'types' vaak in meer of mindere mate bij zichzelf.

In dit artikel kun je je Perfectionist eens onder de loep nemen. Wie is het? Wat zijn zijn kwaliteiten? Wanneer heb je last van hem? En wat kun je doen om meer grip op hem te krijgen? Ik zeg nu steeds 'hem', maar het kan natuurlijk net zo goed 'haar' zijn. Dat moest ik nog even zeggen van mijn eigen Perfectionist. ;-)

Die van mij bemoeit zich dus nu al met deze tekst. Waar bemoeit die van jou zich mee?

In hun boek 'Ik (k)en mijn ikken' schrijven Karin Brugman, Judith Budde en Berry Collewijn over (o.a.) de Perfectionist:
'Je Perfectionist wil dat je alles in je leven perfect doet. Hij heeft een ideaalplaatje in zijn hoofd en daar moet jij te allen tijde aan voldoen. Hij wil dat je er volmaakt uitziet, een toprelatie hebt, foutloos werkt, je kinderen fantastisch opvoedt en je huis tot in de puntjes op orde hebt. Je Perfectionist verdraagt niet dat anderen zien dat je onvolmaakt bent. Hij is bang dat je dan kritiek krijgt en niet serieus genomen wordt of niet voor vol wordt aangezien. Hij wil voorkomen dat je door de mand valt. Als jij maar heel erg je best doet, kun je in ieder geval niet bekrititseerd worden. Helaas heeft je Perfectionist niet door dat het menselijkerwijze onmogelijk is om aan zijn ideaalbeeld te voldoen. Het kan immers altijd beter. Te veel perfectionisme gaat ten koste van genieten wat er al is. Bovendien kost het ontzettend veel tijd en het ondermijnt je zelfvertrouwen. Zodra iemand iets op je aan te merken heeft, schiet je Perfectionist in de stress. 'Zie je wel: dat had beter gemoeten!' (...) Als alles klopt, is je Perfectionist gerust.'

Je Perfectionist wil dus dat jij alles perfect doet en zorgt daarmee voor kwaliteit. Een 'hard core Perfectionist' wil niet alleen dat je het perfect doet, maar ook dat je het bent. En daarmee legt hij de lat zo mogelijk nóg hoger. Met het risico dat je jezelf volledig uitput en een burnout (reëel) op de loer ligt. Dé burnout-coacktail bestaat namelijk uit drie ingrediënten: een sterke Perfectionist, Pleaser en Pusher.

 

Denk je als gepassioneerde professional: 'Mij overkomt dat niet, want ik vind mijn werk leuk en krijg er energie van'? Realiseer je dan dat je eerst in vuur en vlam moet hebben gestaan om opgebrand te kunnen raken.

Wat kun je doen om te voorkomen dat je wordt geleefd door je Perfectionist (of genoemd trio)? Of hoe krijg jij de regie over je leven weer terug als je al door hem (of hen) geleefd wordt?


Tip 1: Bedenk goed voor wie je het doet

Je Perfectionist vindt dat je voor perfectie moet gaan. Maar wat wil je klant/opdrachtgever of manager? Ik hoor (hr-)managers vaak zeggen dat hun professionals geen '10' hoeven te leveren, maar dat een '7' volstaat. Sterker nog, ze hebben liever dat je voor die '7' gaat, omdat je dan sneller bent en meer tijd hebt voor ander werk. Als jouw (hr-)manager dit ook al eens tegen je gezegd heeft, vraag je dan eens af voor wie je al die exra moeite aan het doen bent terwijl niemand er op zit te wachten. Waarschijnlijk doe je het uitsluitend voor jezelf. Dit kan confronterend voor je zijn, maar het helpt je misschien om de lat wat lager te leggen.

  
Tip 2: Vergeet je lichaam niet

Je Perfectionist kan je zo aan het werk houden dat je je lichaam niet meer voelt en vergeet voor jezelf te zorgen. Je drinkt en eet niet, je gaat niet naar het toilet of je voelt niet dat de spanning in je nek en schouders oploopt door je verkrampte werkhouding. Pas als je maag hard begint te knorren of je flinke hoofdpijn krijgt, ga je lunchen. Maar tot je schrik zie je dan dat het al 14.30 uur is! Herkenbaar? Zet een wekker voor je pauzes en neem dan ook even rust. Of maak met een collega de 'harde' afspraak om op vaste tijden even naar buiten te gaan. Je zult merken dat je daarna veel scherper bent en minder klachten ontwikkelt. Onderzoek door TNO bevestigt hoe gezond de 'lunchwalk' is.


Tip 3: Luister eens wat vaker naar de tegenhanger van je Perfectionist

Je Perfectionist zal vaak zeggen: 'Nog even afmaken' en dan duurt het nog een uur in plaats van vijf minuten. De mensen in je omgeving kunnen dit zat worden, maar waarschijnlijk zit er ook wel een 'ikje' in jou dat genoeg heeft van dit gedrag. Misschien heb je die kant een beetje verstoten, maar schreeuwt hij om aandacht. Wie is het en wat wil die kant van jou? Vaak is het de tegenhanger van de Perfectionist, een kant die liever energie krijgt dan weggeeft. Een kant die houdt van ontspannen en een hekel heeft aan alles wat 'moet'. Misschien wil die wel even eten of naar buiten gaan. Als je een sterke Perfectionist hebt en een burnout wilt voorkomen kan het geen kwaad om eens wat vaker naar deze kant te luisteren. Want van hard werken wordt niemand ziek, maar van te weinig ontspannen wel. 

Kun je wat met deze tips? Ik ben benieuwd en lees je reactie graag op mijn blog. Mijn Pleaser zal je dankbaar zijn. ;-)
 
 
© Petra van Reek | IK-werk

 

 

> 1 reacties

> Plaats reactie

 


 

18 tips om beter te slapen

Gepubliceerd op 19 juli 2012 door Petra van Reek

 

Heb je moeite in slaap te komen? Of lig je 's nachts vaak wakker? Of word je juist veel te vroeg wakker en lukt het je dan niet meer om in slaap te vallen? Een geruststellende gedachte is misschien dat je niet de enige bent. Onderzoek door het CBS toont aan dat een derde van alle volwassenen kampt met slaapproblemen. Ze komen veel voor bij mensen met depressieve klachten, RSI, chronische pijnklachten en burnout. Slapeloosheid zorgt ervoor dat je je moe, slaperig en prikkelbaar voelt. Het zorgt ook voor verminderd functioneren. Je kunt je moeilijk concentreren en je maakt meer fouten.

 

Ook als je geen slaapproblemen hebt is het niet onverstandig je slaap eens onder de loep te nemen. Wellicht kun je de kwaliteit van je slaap nog verbeteren met onderstaande tips zodat je je straks nog fitter voelt én overdag beter presteert.

 

Tip 1: Ga elke dag op dezelfde tijd naar bed en sta elke dag op dezelfde tijd op

Sta ook op dezelfde tijd op als je ’s nachts slecht geslapen hebt. Het helpt om ’s avonds makkelijker op dezelfde tijd in slaap te kunnen vallen en zo je biologische ritme te verankeren. Deze tip staat niet voor niets bovenaan, het is de krachtigste van alle 18.

 

Tip 2: Slaap niet meer dan nodig is om je de volgende dag uitgerust te voelen

Als je heel lang in bed ligt kan dat leiden tot een verbrokkelde en lichte slaap. Beperk dus de tijd die je in bed licht om dieper te slapen.

 

Tip 3: Doe drie keer per week 20 minuten aan lichamelijke inspanning

Het gaat hierbij niet alleen om sporten, maar om elke vorm van beweging. Fietsen, stevig wandelen en tuinieren zijn prima alternatieven. Doe dit alleen niet vlak voordat je naar bed gaat, want dan ben je klaarwakker. De anderhalf uur voordat je gaat slapen kun je beter besteden aan ontspanning dan aan inspanning. Beter dus ook niet werken, thrillers kijken of spannende boeken lezen voor het slapen.

 

Tip 4: Plan tijd in voor plannen en piekeren

Dit kun je het best aan het begin van de avond doen. Je begint met het maken van een planning voor de volgende dag (als je dat niet al gedaan hebt op je werk, want dat is nóg beter). Daarna neem je maximaal een uur om gericht te piekeren. Daarmee bedoel ik dat je één van je problemen beetpakt en doelgericht gaat nadenken over een oplossing (of een eerste stap in die richting). Notoire piekeraars doen er goed aan een wekker te zetten en ook echt te stoppen wanneer de wekker gaat. Probleem nog niet opgelost? Geen probleem, morgen is er weer een dag! Ga na je piekeruur liever een ontspanningoefening doen of mediteren als je dit kunt.

 

Tip 5: Zorg ook overdag voor ontspanning

Zo voorkom je dat stress zich opbouwt waardoor je lichaam ’s avonds één brok spanning is.

 

Tip 6: Doe geen middagdutjes als je ’s nachts slaapproblemen hebt

Middagdutjes kunnen ervoor zorgen dat je ’s avonds moeilijker inslaapt en je nachtrust verstoren. Als je geen slaapproblemen hebt kan het niet zoveel kwaad.

 

Tip 7: Creëer een vast avondritueel

Bijvoorbeeld: afwassen, opruimen, lichten dimmen, tanden poetsen en dan naar bed. Zo’n vast avondritueel kan je helpen om ‘s avonds makkelijker in slaap te vallen.

 

Tip 8: Gebruik de slaapkamer alleen om in te slapen (en te vrijen)

Om makkelijker in slaap te komen is het belangrijk dat je je slaapkamer alleen associeert met slapen en niet met wakker zijn. Liever dus niet lezen of televisiekijken op je slaapkamer.

 

Tip 9: Zorg ervoor dat je slaapkamer comfortabel, donker en stil is

Hiermee voorkom je dat je ’s nachts wakker wordt van licht of geluid. Ook als je niet wakker wordt van geluiden kan het de kwaliteit van je slaap negatief beïnvloeden. Vloerbedekking, gevoerde gordijnen en het sluiten van de slaapkamerdeur kunnen helpen dit te voorkomen. Goede oordoppen helpen als je ondanks alle maatregelen toch nog geluiden hoort.

 

Tip 10: Zorg voor een aangename temperatuur in je slaapkamer

Een te warme of koude slaapkamer kan je slaap negatief beïnvloeden. Ook koude voeten kunnen je uit je slaap houden.

 

Tip 11: Neem geen heet bad of hete douche vlak voordat je gaat slapen

Om makkelijk te kunnen inslapen moet je lichaamstemperatuur namelijk dalen. Een heet bad of hete douche helpt dan niet. Wel kun je twee uur voordat je gaat slapen een bad nemen waaraan je kamille toevoegt voor de ontspanning. Roer twee theelepels kamille door kokend water, laat dit mengsel 10 minuten afkoelen en giet het dan door een zeef in je badwater.

 

Tip 12: Leg een lavendelkussentje onder je hoofdkussen

De geur van lavendel werkt rustgevend. Je kunt ook een aromabrander de geur van lavendel in je slaapkamer laten verspreiden.

 

Tip 13: Eet regelmatig en ga niet met een hongergevoel naar bed

Honger kan je slaap verstoren. Een lichte snack (vooral koolhydraten) vlak voor het slapengaan kan helpen. Vermijd vette of zware voeding.

 

Tip 14: Drink ’s avonds liever geen alcohol, maar neem een kruidenthee die de slaap bevordert

Alcohol kan je helpen makkelijk in slaap te vallen, maar het verstoort de slaap later in de nacht. Kruidentheemengsels die de slaap bevorderen zijn te koop bij supermarkt en drogist, maar je kunt ook zelf een mengsel maken. Kies drie soorten uit de volgende rij: hop, valeriaan, groene munt, kamillebloemen, meidoornbessen, Sint Janskruid, kava kava, passiebloem, citroenmelisse. Drink niet te veel om te voorkomen dat je ’s nachts vaak naar het toilet moet.

 

Tip 15: Beperk het gebruik van stimulerende middelen

Stimulerende middelen zijn nicotine en alle cafeïnehoudende producten (zoals koffie, thee, chocola en Red Bull). Ze kunnen problemen geven bij het inslapen en doorslapen. Ook kunnen ze de slaap lichter maken, zelfs als je alleen overdag deze middelen hebt gebruikt.

 

Tip 16: Vermijd het gebruik van slaappillen zo veel mogelijk

Uit grote wetenschappelijke onderzoeken is gebleken dat het dagelijks slikken van slaappillen net zo ongezond is als het dagelijks roken van één tot twee pakjes sigaretten. Je loopt zes tot acht keer zoveel risico om te overlijden door beschadiging aan je ademhalingsorganen.  Een ander vervelend effect is dat je eerder in een soort bewusteloze toestand raakt dan slaapt en weer wakker wordt als de pil is uitgewerkt. Vaak slaap je dan ook niet meer in of heb je het gevoel een kater te hebben. Dit komt doordat de slaap niet natuurlijk is.

 

Tip 17: Denk niet steeds: “Ik kan niet slapen!”

Tja, wat dan wel als je al uren wakker ligt? Hierover zijn de meningen verdeeld. Sommige deskundigen zeggen dat je na 15 minuten wakker liggen beter uit bed kunt gaan om even wat anders te doen totdat je weer slaperig wordt. Bijvoorbeeld even de gedachten noteren die je bezighouden of door een tijdschrift bladeren, bij voorkeur bij gedimd licht. Vooral geen inspannende/stimulerende dingen gaan doen, zoals werken of iets achter een beeldscherm. Andere deskundigen zeggen dat je het best in bed kunt blijven liggen als je niet in slaap komt. Om de frustratie over je slapeloosheid te beperken kun je dan het best een ontspanningsoefening doen (zoals focussen op je ademhaling), leuke herinneringen (in denkbeelden) ophalen of terugtellen van 10.000 naar 0 in stappen van 7. Zelfs als je dan nog niet in slaap valt, blijf je in elk geval rustig en komt ook je lichaam tot rust.

 

Tip 18: Draai je wekker om zodat je hem niet kunt zien

Niets is zo frustrerend als het zien verstrijken van de tijd terwijl je niet kunt slapen. Frustratie, boosheid en angst helpen je niet om in slaap te komen. Als je de wekker voor de volgende morgen hebt gezet, is het niet meer nodig om de klok te volgen.

 

Als je al langere tijd slecht slaapt is het belangrijk om de oorzaak van je slaapproblemen op te sporen. Alleen zo zal het je lukken jouw slaapprobleem bij de kern aan te pakken. Pieker je veel over je werk? Dan is de training ‘IK-werk ontspannen: (werk)stress de baas’ of persoonlijke coaching misschien iets voor jou. Een kennismakingsgesprek is bij mij altijd geheel vrijblijvend. Is dat het niet en heb je alles al eens geprobeerd? Bespreek je klachten dan eens met je huisarts. Hij of zij kan je vast verder helpen of doorverwijzen naar een professional die het beste aansluit bij jouw specifieke klachten en situatie.

 

Welke slaaptip vind jij het meest nuttig? Of heb jij nog een goede slaaptip die je met anderen wilt delen? Plaats je reactie dan op mijn blog. Daarvoor mijn dank!

 

 

© Petra van Reek | IK-werk

 

> 6 reacties

> Plaats reactie

 


 

Hoe je zèlf je problemen kunt oplossen met de wondervraag

Gepubliceerd op 27 april 2012 door Petra van Reek

 

Wat zou het heerlijk zijn als we konden toveren, niet? Al onze problemen zouden als sneeuw voor de zon verdwijnen. Dag moeheid, bye bye stapels op het bureau, adios onzekerheid en tot nooit meer ziens lastige collega. Wat zou jij veranderen als je zou kunnen toveren?

 

Tja, als we zouden kunnen toveren… maar dat kunnen we niet, dus wat heeft het voor zin om over deze vraag na te denken? Dit blijkt uiterst zinvol en helpend kan ik je vertellen! Ik zou je hier kunnen uitleggen waarom dit zo is, maar liever laat ik het je ervaren met behulp van de wondervraag. Zin in een gedachte-experiment? Het duurt ongeveer 10 minuten. Daarna zul je in staat zijn zelf de eerste stappen te zetten richting jouw ‘wonder’.

 

Goed, neem voor dit eerste experiment met ‘de wondervraag’ eens een klein probleem in gedachten dat je graag zou willen oplossen. Denk bijvoorbeeld aan: de discipline opbrengen om vaker gezond te eten of te sporten, het opruimen van je huis, het wegwerken van je administratie, het aanspreken van een collega. Zoiets. Ter illustratie doe ik mee met een eigen voorbeeld: het plannen van een vakantie altijd tot het laatste moment uitstellen waardoor het alleen maar stress oplevert in plaats van plezier.

 

Stel nu, dat er vannacht terwijl je slaapt een wonder gebeurt. Door dit wonder is het probleem waar je mee worstelt voldoende opgelost om er mee verder te kunnen. Maar je weet dat niet, want je sliep.

 

1. Waaraan zul je morgenochtend het eerste merken dat het wonder gebeurd is? Wat zal er dan anders zijn?

In mijn voorbeeld: de klok zou zijn teruggedraaid. Het zou januari zijn en ik zou ontspannen wakker worden omdat er nog voldoende tijd is om een vakantie te boeken. Ik zou zelfs nog in aanmerking komen voor vroegboekkorting.

 

2. Wat zul je anders doen?

Ik zou mijn man wakker kussen en voorstellen die dag samen te lunchen op een leuke stek om daar vakantieplannen te maken.

 

3. En wat nog meer?

Na het ontbijt zou ik met een goed gevoel aan het werk gaan en bergen werk verzetten door het leuke vooruitzicht: een lekkere lunch met mijn man én samen leuke plannen maken voor de vakantie.

 

4. En wat nog meer?

Ik zou vrolijker zijn en minder piekeren over wat ik allemaal nog moet doen, zoals tijdig een vakantie regelen.

 

5. En wat nog meer?

Als we na die lunch de bestemming bepaald hebben, zou ik daarna met een tevreden gevoel weer aan het werk gaan en dezelfde week nog bij het reisbureau langsgaan om reisgidsen te halen en tips te vragen. Ik zou ook naar de bibliotheek of boekhandel gaan om vast een paar boeken over de vakantiebestemming te halen zodat we ons alvast kunnen inlezen en voorbereiden.

 

6. Wat zien anderen aan je dat hen duidelijk maakt dat er wat veranderd is?

Ze zouden zien dat ik vrolijker en meer ontspannen ben.

 

7. En wat nog meer?

Ze zouden zien dat ik meer energie heb en meer geniet van het leven.

 

8. En wat nog meer?

Ze zouden zien dat ik vaker het initiatief neem voor ontspannende activiteiten, zoals: tennissen, uitgaan, lezen, saunabezoek.

 

9. Wie zal het verder merken als het wonder gebeurd is?

Vooral mijn man.

 

10. Wat zal die persoon dan anders doen?

Mijn man zou aangestoken worden door mijn vrolijkheid en enthousiast worden van mijn plannen.

 

11. En wat nog meer?

Hij zou zelf ook meer initiatief nemen in de plannenmakerij.

 

12. Hoe zullen ze het op je werk merken?

Klanten zouden merken dat ik meer ontspannen ben.

 

13. En wat nog meer?
Collega’s zouden zien dat ik meer plezier en energie heb.

 

14. Hoe zullen je ouders het merken?

Dito als klanten en collega’s.

 

15. En wat nog meer?

Ze zouden merken dat ik vaker contact opneem voor een praatje of een gezellig plan.

 

16. En wat nog meer?

?

 

17. Hoe zal je beste vriend het merken?

Mijn beste vriendinnen zouden me minder onzeker en tobberig vinden.

 

18. En wat nog meer?

We zouden vaker afspreken en meer lol hebben.

 

19. Hoe zullen je kinderen het merken?

Mijn zoontje zal merken dat ik meer lach en actiever met hem ben.

 

20. En wat nog meer?
Hij zou merken dat pappa ook vrolijker is en dat we als gezin veel voorpret hebben.

 

21. En wat nog meer?
Hij zou van ons leren dat vakanties plannen leuk is en dat het belangrijk is om tijd te maken voor ontspanning.

 

Lukt het je om deze vragen voor jezelf te beantwoorden? Wat doet het met je? Sta jij net als ik versteld van de enorm positieve effecten die het zou hebben als je zo’n klein probleem aanpakt? Door al het denkwerk dat je met dit experiment hebt verricht, ligt het wonder dat zo ver weg leek ineens binnen handbereik! Je hebt immers zelf alle oplossingen al bedacht en je weet waar je het voor doet. Mijn zomervakantie is ondertussen geboekt en we hebben nog tijd voor voorpret. Wat is de eerste stap die jij gaat zetten? Ik lees het graag op deze blog!

 

 

© Petra van Reek | IK-werk

 

> 0 reacties

> Plaats reactie

 


 

Zo houd je je goede voornemens wél vol!

Gepubliceerd op 8 februari 2012 door Petra van Reek

 

De meerderheid van alle Nederlanders maakt aan het eind van het jaar goede voornemens. ING Economisch Bureau onderzoekt jaarlijks wat deze zijn en publiceerde voor 2012 de volgende top 5:

  1. afvallen
  2. minder druk maken
  3. zuiniger leven
  4. meer sporten/bewegen
  5. beter voor mezelf opkomen

Het maken van goede voornemens is vaak niet zo moeilijk, maar het volhouden wel! Geen tijd, geen zin, geen energie, geen discipline, geen lef. Het zijn allemaal verklaringen (smoesjes?) waardoor je weer terugvalt in je oude gewoontes. Vaak met als gevolg dat je baalt van jezelf, de goede voornemens overboord gooit en je voorneemt nooit meer goede voornemens te maken.

 

Hoe komt het nou dat het volhouden vaak zo’n probleem is? Laat ik dit eens illustreren met een eigen voorbeeld. Ik denk dat het heel herkenbaar is voor de gedreven professionals onder ons.

 

Ik ben wel eens vaker begonnen met hardlopen, maar deed dit altijd met een ‘alles of niets-mentaliteit’. Dan begon ik (zonder warming-up) heel fanatiek, raakte binnen 20 minuten volledig buiten adem, kreeg pijn in mijn been en stopte er vervolgens mee. Om dit te voorkomen ben ik op zoek gegaan naar een praktisch trainingsschema voor beginners. En wat schetste mijn verbazing? Het schema begint met 20 minuten wandelen! Met drie keer per week trainen bouwt het in 12 weken op naar 30 minuten hardlopen. Kortom: zoals zo vaak wilde ik te snel te veel. Mijn doelen waren onhaalbaar. En daarmee negeerde ik les 1 over doelen stellen en motivatie uit de sportpsychologie.

 

Les 1: kies een prestatiedoel dat uitdagend én haalbaar is zodat je het vol kunt houden

Bij prestatiedoelen zet je je eigen prestaties af tegen harde meetcriteria zoals: tijd, afstand, kilo’s of hartslagen per minuut. Voordeel van dit soort doelen is dat je je prestaties niet  vergelijkt met die van anderen (wat je wel doet bij winstdoelen). Hierdoor kun je het op je eigen niveau/tempo doen. Maar dan moet je jezelf dus wel realistische prestatiedoelen stellen, anders houd je het niet vol!

 

Deze les is ook toepasbaar in het werk. Want ook in het werk kun je de lat voor jezelf onrealistisch hoog leggen. Zo was vorig jaar mijn doel om mijn inkomen minimaal gelijk te houden aan dat toen ik nog in loondienst werkte. Het is me zeker gelukt, mede door mijn freelancewerk. Maar ik kwam in tijdnood met mijn eigen acquisitie en ontwikkeling en werd daar ontevreden over.

 

Voor 2012 heb ik mijn ambities bijgesteld: minder freelancen en meer tijd maken voor acquisitie en ontwikkeling. Dit jaar ben ik tevreden als ik vier nieuwe opdrachtgevers/doorverwijzers heb en ik twee opleidingen (voor mijn eigen professionele ontwikkeling) heb afgerond. Dit gaat me zeker lukken!

 

De volgende drie lessen zijn voor mij ook heel waardevol gebleken, zowel voor het hardlopen als voor het werk.

 

Les 2: stel voor jezelf ook procesdoelen op

Bij procesdoelen gaat het niet meer over wat je bereikt, maar meer om hoe je dat doet. Zo zijn mijn procesdoelen voor het hardlopen ‘ontspannen lopen’ en ‘genieten van lekkere muziek op mijn iPod’. Heel subjectieve doelen natuurlijk, maar ze motiveren me wel om het hardlopen drie keer per week vol te houden!

 

Voor het werk stelde ik mezelf vaak uitsluitend prestatiedoelen: vandaag alle onbeantwoorde e-mails beantwoorden, morgen twee verslagen afmaken, één artikel per doelgroep per kwartaal schrijven, vijf (telefonische) acquisitiegesprekken per week voeren etc. Prima doelen en vaak ook wel haalbaar na bewustwording van les 1. Desondanks kreeg ik op den duur last van een pijnlijke nek, schouders en armen. Ik merkte dat ik te vaak te verkrampt aan het werk was. Te veel bezig met wat mijn hoofd wilde en te weinig aandacht voor mijn lijf. Sinds ik me hier bewust van ben hanteer ik als procesdoel: ‘ontspannen en gefocust werken’. Dit gaat bij mij niet vanzelf, maar door op een dag regelmatig te checken of mijn lijf nog ontspannen is en me te focussen op één taak tegelijk, gaat het een stuk beter. Ik heb minder pijnklachten en ben veel productiever dan daarvoor.

 

Les 3: vertel anderen van je voornemens

Mijn hardloopplannen heb ik verteld aan familie en vrienden en ik heb het ook op Facebook gezet. Daar kwamen veel ‘vind ik leuk’-reacties op, wat mij weer motiveerde om door te gaan. Nu vertel ik het aan jou als lezer van mijn nieuwsbrief en kun jij me er ook aan blijven herinneren als je dat wilt. Als dat geen goede stok achter de deur is! 

 

Wat betreft mijn voornemen om minder ’s avonds te werken heb ik met mijn man afgesproken dat ik maximaal twee avonden per week mag werken. Heel SMART, maar vooral veel gezelliger.

 

Les 4: houd je doelen letterlijk voor ogen

Dit kun je doen door het eindresultaat dagelijks te visualiseren of er een foto van te maken en die op een strategische plek te plaatsen. Het helpt je op zwakke momenten sterk te blijven. Zo staat op mijn bureau een foto van mijn zoontje en mij terwijl we aan het voetballen zijn. Ik wil graag een fitte moeder voor hem zijn én blijven, vooral daarom loop ik hard. Daarnaast staat een foto van een romantisch diner met mijn man. Die foto herinnert mij er dagelijks aan waarom ik niet meer zo veel ’s avonds wil werken.

 

Welke doelen heb jij jezelf gesteld voor 2012? En vind jij deze vier lessen uit de sportpsychologie ook inspirerend? Of heb jij nog een goede aanvullende tip? Ik lees je reactie graag.

 

 

© Petra van Reek | IK-werk

 

> 5 reacties

> Plaats reactie

 


 

Waaraan herken je een burnout?

Gepubliceerd op 19 december 2011 door Petra van Reek

 

Een klant die ik gecoacht heb omschreef burnout als 'wel 1000 keer moe' naar het gelijknamige boek van Odette Meyer. Intense vermoeidheid is één van de kenmerken van een burnout, maar er zijn er meer.

 

Voordat ik deze noem, zal ik eerst aangeven wat burnout is en waarin burnout verschilt van overspanning. Voor de oplossingsgerichten onder ons sluit ik het artikel af met een aantal tips over wat je kunt doen als je deze kenmerken bij jezelf herkent.

 

Wat is een burnout? In recente wetenschappelijke literatuur wordt burnout omschreven als 'een vorm van langdurige vermoeidheid die in verband staat met ervaren stress op het werk en onderscheiden kan worden van andere psychologische klachtenpatronen (klinische depressiviteit), terwijl er geen sprake is van psychiatrische stoornissen' (bron: Stress, productiviteit en gezondheid van Prof. d.r. A.W.K. Gaillard, 2011). Ondertussen is ook bekend dat een burnout niet alleen veroorzaakt wordt door werksituaties. Privé-omstandigheden kunnen ook leiden tot een burnout, al dan niet in combinatie met werk.

 

Burnout en overspannenheid worden soms als synoniemen gebruikt, maar het is niet hetzelfde. Bij overspannenheid is er een aanwijsbare kortetermijnoorzaak. In de afgelopen drie maanden ben je bijvoorbeeld verhuisd, van baan veranderd of gescheiden. Een gevoel van labiliteit en opgejaagdheid staan voorop, maar je hebt nog wel energie. 

 

Burnout daarentegen is het gevolg van chronische stress. Je hebt het zelf misschien niet eens gemerkt, maar je bent al jaren over je grenzen heen gegaan en ineens gaat het niet meer. Je voelt je volledig opgebrand, energieloos, wel 1000 keer moe. De klachten zijn ernstiger dan bij overspannenheid en herstel duurt veel langer, soms wel 2,5 jaar met blijvende restverschijnselen zoals concentratieproblemen en overgevoeligheid voor stress.

 

Wat zijn de kenmerken van een burnout? 

 

1. Emotionele uitputting

De accu is leeg, zowel mentaal als fysiek. Je hebt veel last van vermoeidheid en concentratieproblemen. De uitputting wordt veroorzaakt door aanhoudende werkstress, zoals: een hoge werkdruk, tijdsdruk, confrontaties met klanten etc.

 

2. Distantie ten opzichte van het werk

Je voelt je minder betrokken bij het werk dan voorheen. Je wordt cynisch en je neemt afstand van je werk, de organisatie, klanten en je collega's. Je trekt je terug om jezelf te beschermen tegen negatieve emoties. Dit is een opvallend kenmerk omdat mensen je zo niet kennen. Voorheen was je de ideale collega die goed functioneerde. Je was altijd heel betrokken, ambitieus, plichtsgetrouw en een echte doorzetter. Pines & Aronson omschrijven het heel treffend: 'om te zijn opgebrand, moet men eerst in vuur en vlam hebben gestaan'.

 

3. Gevoel van verminderde bekwaamheid

Je hebt het gevoel dat je niet goed functioneert, dat je in professioneel opzicht tekort schiet. Hierdoor twijfel je aan je eigen kennis en vaardigheden.

 

Herken je jezelf in bovenstaande kenmerken? Het kan zijn dat je burnout dreigt te raken of al bent. Ga voor een goede diagnose en behandeling naar een burnoutspecialist, bijvoorbeeld een psycholoog, psychotherapeut, coach of haptotherapeut die gespecialiseerd is in burnout. Raadpleeg ook je huis- of bedrijfsarts om medische oorzaken uit te sluiten. Bij een burnout zijn er vaak zo'n vijftien sessies van een uur nodig voor herstel. Realiseer je dat hoe langer je doorloopt met burnoutklachten, hoe langer je herstel duurt.

 

Wat kun je doen als je burnoutklachten bij jezelf herkent? Hieronder geef ik je drie tips.  

 

Drie tips voor hardwerkende professionals met stress- en burnoutklachten: 

 

1. Ga tijdelijk wat minder werken zodat je kunt uitrusten en aan je conditie kunt werken

Een goede behandeling van burnout start met aandacht voor lichamelijk herstel. Dat betekent goed en regelmatig slapen, gezond eten, maximaal vier glazen alcohol per week drinken, ontspanningsoefeningen doen en regelmatig bewegen. Beweging is belangrijk om afvalstoffen af te voeren en je te ontspannen (zeker voor hoofdwerkers), dus doe dit ook als je moe bent. Het helpt echt! Maar overvraag jezelf niet en neem na de inspanning ook weer tijd voor ontspanning. Moeite met inslapen? Doe dan 's avonds geen inspannende dingen meer.

 

2. Maak een overzicht van je energiegevers en je energievreters in werk en privé. Vermijd de energievreters en doe meer met je energiegevers

Wat geeft jou energie en wat kost jou energie? Neem in je overzicht de volgende categorieën op: sociale contacten (vrienden, collega's e.d.), hobby's, werk, vrijwilligerswerk, persoonlijke eigenschappen (sterke kanten waarmee je jezelf kunt helpen), financieel, opleidingen, relatie/gezin/familie, werk (inhoud, uitdaging, waardering, leiding e.d.), huishouden, geloof/zingeving, toekomstbeelden/idealen. Om gewicht te geven aan je energiegevers en -vreters kun je ze een score geven van 0 tot 10, waarbij 0 staat voor 'geeft/kost heel weinig energie' en 10 voor 'geeft/kost heel veel energie'. Zo geeft je overzicht je ook inzicht.

 

3. Pak de oorzaken van je klachten aan

Veel mensen denken dat ze met een weekendje weg er wel weer tegenaan kunnen. Natuurlijk helpt het je om even op adem te komen, maar je lost er de oorzaken van je klachten niet mee op. Vaak is het een combinatie van factoren die gerelateerd zijn aan je werk, je privéleven en je persoonlijkheid. Je hebt de afgelopen jaren bijvoorbeeld veel ingrijpende reorganisaties meegemaakt, de werkdruk is altijd hoog, je hebt vaak boze klanten aan de telefoon, thuis ben je de steunpilaar voor je partner en door je behulpzaamheid heb je moeite met nee zeggen. Als je het gevoel hebt hier niks aan te kunnen veranderen, maak dat dan eens bespreekbaar met je manager. Misschien zie je mogelijkheden om de druk te verlagen over het hoofd. Kom je er samen achter dat het vooral in jouw persoonlijkheid zit? Vraag dan om een persoonlijk coachingstraject bij een burnoutexpert die oog heeft voor jouw persoonlijkheid én jouw werkcontext.

 

© Petra van Reek | IK-werk

 

Ik ben benieuwd naar jouw reactie!

Wat zijn jouw ervaringen met het herstellen van een burnout? Welke tips vind je nuttig en welke zou je andere lezers nog willen meegeven?

 

> 1 reacties

> Plaats reactie

 


 

Hoe je opkomt voor jezelf met respect voor de ander

Gepubliceerd op 14 oktober 2011 door Petra van Reek

 

Voorafgaand aan een assertiviteitstraining vraag ik mensen altijd wat ze willen leren in de training. De meesten geven aan dat ze beter voor zichzelf willen opkomen. Ze laten over hun grenzen gaan, durven hun mening niet te geven in een groep of vinden van zichzelf dat ze te secundair reageren. Ze willen zich assertiever gedragen. Maar wat is dat eigenlijk, assertief gedrag?

 

Wikipedia formuleert het als volgt:

“Als je assertief adequaat reageert dan kom je op voor je eigen mening, rechten en standpunten zonder je gesprekspartners agressief te benaderen zodat zij in hun waarde blijven.”

 
Het is dus de middenweg weten te vinden tussen subassertief en agressief gedrag. Als voorbeelden van assertief gedrag noemt Wikipedia onder meer: kritiek durven uiten, duidelijk formuleren van eigen wensen, voor jezelf spreken in plaats van zeggen wat de ander wil horen, emoties durven uiten, complimenten kunnen geven en ontvangen en verzoeken kunnen weigeren.
 
Assertiviteit gaat dus verder dan nee zeggen. Het gaat om opkomen voor jezelf met respect voor de ander. Om op te kunnen komen voor jezelf is het belangrijk dat je weet wat je voelt en wat je werkelijk wilt. Pas dan kun je opkomen voor jezelf. Maar om dit op assertieve wijze te kunnen doen is het ook belangrijk dat je rekening houdt met de gevoelens en wensen van de ander.
 
Hoe doe je dit? Als je bijvoorbeeld iemand op een assertieve manier wilt aanspreken op zijn of haar gedrag kun je het best de ik-boodschap gebruiken. Deze is heel effectief omdat je bij je eigen gevoel blijft (vandaar ook deze naam), het gedrag van de ander niet veroordeelt en je heel duidelijk bent over je wensen.
 
De ik-boodschap kent vier stappen. Ik zal ze illustreren aan de hand van een concreet voorbeeld. Stel, je wilt een collega aanspreken op het niet nakomen van gemaakte afspraken rond project X.
 

Stap 1: benoem je eigen gevoel

En zwak dit vooral niet af! Zeg dus niet dat je ‘een beetje teleurgesteld bent’ als je in werkelijkheid heel erg teleurgesteld bent. Overdrijven hoeft ook niet. Wees gewoon eerlijk en duidelijk over hoe je je voelt. In dit voorbeeld zou het kunnen zijn: “Ik ben boos en teleurgesteld.” Niemand kan zeggen dat het niet zo is, want het is jouw gevoel.
 

Stap 2: benoem het feitelijke gedrag van de ander waar je je aan stoort

Dit vinden mensen nog wel eens lastig omdat ze geneigd zijn een oordeel te geven over het gedrag van de ander. Grote kans dat de ander dan boos wordt en met je in discussie gaat of niet meer naar je luistert. Denk aan Wilders met zijn: “Doe eens normaal man.” Waarop Rutte reageerde met: “Doe zelf eens normaal man!” In het door mij gebruikte voorbeeld zou je kunnen zeggen: “Ik ben boos en teleurgesteld omdat je nu voor de tweede keer je afspraak niet nakomt. Jij zou mij vandaag informeren over de stand van zaken rond project X en dat heb je niet gedaan.”
 

Stap 3: benoem het gevolg van dat gedrag

Hier herhaal je niet je gevoel, maar benoem je de consequenties van het gedrag van de ander. Bijvoorbeeld: “Doordat jij me vandaag niet hebt geïnformeerd over de stand van zaken rond project X kon ik niet verder met mijn werk en moest ik mijn hele weekplanning omgooien. Ik merk ook dat ik het vertrouwen in onze samenwerking begin te verliezen.” Door deze gevolgen te benoemen begrijpt de ander beter waarom je boos en teleurgesteld bent en waarom het belangrijk is een volgende keer meer rekening met je te houden. Maar dan moet je stap 4 niet vergeten.
 

Stap 4: spreek een duidelijk verzoek uit naar de ander

Vraag bijvoorbeeld: “Wil je je volgende keer alsjeblieft houden aan de afspraken die we gemaakt hebben?” En geef de ander de kans om te reageren. Wellicht heeft de ander een goede reden om de gemaakte afspraken (weer) niet na te komen. Luister naar de ander, vat het verhaal eventueel samen en vraag door als dat nodig is. Zo voelt de ander zich ook gehoord en heb je meer kans samen tot een oplossing te komen (in dit voorbeeld: werkbare afspraken voor beide partijen) dan als je gaat drammen (= agressief) of alles maar inslikt (= subassertief).
 
Misschien klinkt het allemaal logisch en simpel, maar de praktijk leert dat het vaak best lastig is om op assertieve wijze feedback te geven. In het begin voelt het misschien ook nog wat onnatuurlijk. Begin daarom met ik-boodschappen die niet zo veel lading hebben. Bouw het langzaam op en realiseer je dat alle begin moeilijk is. Succes!
 
© Petra van Reek | IK-werk
  

Ik ben benieuwd naar je reactie!

Welke tips in dit artikel zijn nuttig voor je zijn en waar wil je meer over weten? Klik op 'Plaats reactie' om te reageren.

 

> 1 reacties

> Plaats reactie

 


 

Zelfvertrouwen krijg je zó!

Gepubliceerd op 11 augustus 2011 door Petra van Reek

 

Zelfvertrouwen wordt in de encyclopedie omschreven als: ‘het gevoel dat je niemand anders nodig hebt om te bereiken wat je wilt’. Je durft nieuwe taken of uitdagingen aan te pakken en vertrouwt op een goede afloop. Voor sommige mensen is dit heel vanzelfsprekend. Maar dat is het niet voor iedereen. Bij een gebrek aan zelfvertrouwen voel je je onzeker, vind je het oppakken van nieuwe taken eng en blijf je vaak liever op de achtergrond. Wanneer je thuis of op het werk tegenslag het hoofd moet bieden kun je veel last hebben van je eigen onzekerheid. Het kan zich uiten in diverse spanningsklachten zoals: piekeren, somberheid, hoofdpijn en een gebrek aan energie.

 

Hoe ontstaat een gebrek aan zelfvertrouwen? Er zijn meerdere factoren die, vaak in combinatie, een belangrijke rol spelen. Ik zal hier drie van de belangrijkste bespreken. De eerste is de manier waarop je door je ouders of verzorgers bent opgevoed. Hebben zij lange tijd al je problemen voor je opgelost? Zo ja, dan is dat natuurlijk heel lief van ze. Het heeft je alleen niet geholpen veel zelfvertrouwen op te bouwen. Heb je juist heel weinig hulp gehad van je ouders? Daar kun je ook heel onzeker van worden. Voor ouders is het dus heel belangrijk dat ze de balans vinden tussen helpen en hun kinderen zélf hun problemen laten oplossen.

 

Heb je daarnaast het gevoel dat je thuis werd geaccepteerd om wie je was? Als je het gevoel hebt van niet, heb je waarschijnlijk ook weinig aandacht en complimenten van je ouders of verzorgers gekregen. Daar kun je ook heel onzeker van zijn geworden. Onderschat ook niet de impact op je zelfvertrouwen als je nu als volwassene nog steeds weinig erkenning van hen krijgt. Hoe oud, sterk en onafhankelijk je nu misschien ook bent, helemaal immuun zul je hier nooit voor worden.

 

Een tweede bepalende factor voor je zelfvertrouwen is jouw unieke karakter. Iemand met bijvoorbeeld een bange aard vermijdt vaak risico’s en bouwt zo dus minder zelfvertrouwen op dan iemand die zichzelf wel uitdaagt. En iemand die van nature meer op zichzelf is dan tussen de mensen, krijgt minder feedback van de mensen uit de omgeving. Grote kans dat zo’n persoon ook meer complimenten misloopt dan de mensen die zichzelf meer op de voorgrond plaatsen.

 

Een derde invloedrijke factor op je zelfvertrouwen is hoe je als kind op school door je docenten en leeftijdsgenoten beoordeeld werd. Kreeg je veel kritiek over je gedrag of prestaties? Of werd je juist gestimuleerd het beste uit jezelf te halen? En hoe werd er gereageerd als je een onvoldoende haalde of wanneer je iets niet kon of durfde? Bij mij op school kreeg je na een taak of toets altijd te horen hoeveel fouten je had gemaakt. Of het er nou nul of tien waren. Hoeveel je er goed had hoorde je nooit. En volgens mij is dat nog steeds zo op veel scholen. Die kritische blik zit kennelijk nog steeds ingebakken in onze westerse maatschappij.

  

Hoeveel zelfvertrouwen heb jij in de loop der jaren opgebouwd? Veel? Gefeliciteerd! Houden zo, de volgende tips kun je overslaan. Kun je nog wel wat zelfvertrouwen gebruiken? Lees dan snel verder, want ik geef je hieronder vijf tips die gegarandeerd bijdragen aan jouw zelfvertrouwen als je ze consequent toepast!

 

Tip 1: ontvang complimenten als een cadeau

Ken je dat? Je krijgt een compliment over je kleding en je zegt: “Het is maar een H&M-etje hoor...”. Of iemand complimenteert je over je werk en je reageert met: “Daar word ik toch voor betaald?” Wij nuchtere Nederlanders zijn vaak niet zo goed in het geven en ontvangen van complimenten. Zonde! Want hier ligt een kans om je zelfvertrouwen te vergroten! Zie complimenten als een cadeautje en neem ze hartelijk in ontvangst. Bedank de ander voor het compliment zonder het af te zwakken. Voor de gever ook wel zo leuk toch? Die zal vaker ‘cadeautjes’ geven als jij ze aanneemt. En dat is voor jou dan weer leuk!

 

Tip 2: stel jezelf uitdagende doelen

Als er iets zelfvertrouwen geeft dan is het wel jezelf uitdagende doelen stellen. Zeker als het dan ook nog eens lukt! Ik zie het in mijn assertiviteitstrainingen, maar spreek ook uit eigen ervaring. Zo vond ik de stap naar het zelfstandig ondernemerschap ontzettend spannend. Het opgeven van zoveel zekerheden, de kans op deuken in mijn ego als het niet zou lukken... brrr...  Tegelijkertijd wist ik van mijzelf dat ik er spijt van zou krijgen als ik het niet zou proberen. Het is toch zonde om een hartenwens alleen maar te laten varen vanwege een kwetsbaar ego? Nu is gebleken dat het een goede stap is geweest, ben ik blij dat ik de stap heb durven zetten. Het heeft mijn zelfvertrouwen een enorme boost gegeven!

 

Tip 3: vier je successen op een manier waar jij blij van wordt!

Ook een niet geheel onbelangrijke tip en een die ik zelf nog wel eens oversla. Stom, want juist het stilstaan bij je successen houdt het leuk om jezelf uitdagende doelen te blijven stellen. Het motiveert om hiermee door te gaan en dus nóg meer zelfvertrouwen op te bouwen!

 

Hoe je successen kunt vieren? Ik vier het door mijzelf te trakteren op een lekkere verwennerij, een nieuwe cd of een paar uur vrij. Waar word jij blij van?

 

Tip 4: steek meer energie in wat wel kan in plaats van wat niet kan

Deze tip is speciaal voor de doemdenkers onder ons. Als je veel tijd steekt in piekeren over al je problemen en onmogelijkheden lekt je energie weg en kun je onzeker worden over jezelf. Help jezelf door een piekeruur in te lassen, bijvoorbeeld van 20.00 tot 21.00 uur, en zet een kookwekker. In dat uur ga je heel gericht piekeren. Je pakt een probleem bij de kop en gaat in dat uur vooral tijd steken in het bedenken van oplossingen. Je zult merken dat je verder komt dan als je ongericht piekert. En dat geeft weer zelfvertrouwen!

   

Stop ook echt na een uur en ga dan lekker ontspannen, zodat je nog goed kunt slapen. Van de problemen waar je al langer mee zit, zijn er maar weinig zó urgent dat ze direct en in zijn geheel moeten worden opgelost. Morgen is er weer een dag en een piekeruur!

 

Tip 5: neem je eigen behoeftes net zo serieus als die van een ander

Ben jij iemand die altijd klaarstaat voor een ander, eventueel ten koste van jezelf? Dat is een mooie eigenschap, tenzij de balans doorslaat en je structureel meer geeft dan ontvangt. Dan doe je jezelf tekort. En waarom zou je dat doen? Ben jij minder belangrijk dan de ander? Verdien jij af en toe geen rust, plezier, aandacht of...? Wat je ook van jezelf denkt en wat je behoefte ook is, je zult merken dat je zelfvertrouwen groeit als je evenveel rekening houdt met je eigen behoeften als met die van een ander. Ten eerste omdat je je beter voelt als jij lekkerder in je lijf zit. Ten tweede omdat anderen je meer serieus nemen als jij dat zelf ook doet. Probeer het eens, je bent het experiment waard!

 

Tot slot van dit artikel wil ik nog een opmerking plaatsen. Je zou door alle voorgaande tips misschien het idee kunnen krijgen dat je als mens volledig maakbaar bent en er overal een oplossing voor bestaat. Dat is natuurlijk niet zo. Maar je kunt wel stappen zetten. Accepteren dat je iets niet kunt of dat iets niet gaat zoals je had gepland is ook een stap die leidt tot meer zelfvertrouwen. Daarmee erken je dat je geen ‘superman’ of ‘superwoman’ hoeft te zijn en kun je het leven meer nemen zoals het komt. Dat leeft een stuk relaxter.

  

© Petra van Reek | IK-werk

 

Ik ben benieuwd naar je reactie!

Wat vind je van dit artikel? Welke tips helpen jou om te bouwen aan je zelfvertrouwen? Ik lees graag je reactie. Plaats jij hem hieronder? Exposure geeft óók zelfvertrouwen! ;-)

 

 

> 0 reacties

> Plaats reactie

 


 

Nee zeggen voor ja-zeggers

Gepubliceerd op 17 juni 2011 door Petra van Reek

 

Ja-zeggers zeggen liever ja dan nee. Misschien uit gewoonte, maar vaak uit angst om te falen of de ander teleur te stellen is mijn ervaring. Dus vanuit de   ja-zegger bekeken: waarom zou je nee zeggen? Wat levert het op?

 

Ten eerste levert nee je meer tijd, energie en plezier op. Immers, de tijd en energie die je normaal steekt in het doen wat anderen willen, kun je nu steken in wat jij wilt. Misschien meer tijd met je gezin doorbrengen of meer tijd besteden aan je eigen werk in plaats van aan dat van anderen?

 

Ten tweede levert het je meer (zelf)respect en zelfvertrouwen op. Je zult namelijk zien dat anderen het vaak helemaal niet zo erg vinden als jij je grenzen aangeeft. Sterker, ze zullen je eerlijkheid waarderen, mits je het op een respectvolle manier doet natuurlijk. En die waardering, geeft jou weer zelfvertrouwen en -respect.

 

Realiseer je dat je ook betrouwbaarder overkomt op anderen als je ook nee durft te zeggen. Ze weten dan wat ze aan je hebben. Ja is ja en nee is nee. Bij iemand die altijd ja zegt, ga je op den duur toch denken: “Je zegt wel ja, maar meen je het ook?” En zelfs als je het als ja-zegger meent, kan de ander alsnog wat wantrouwend worden. Want kun je alles wat je belooft wel waarmaken?

 

Laten we voor de volledigheid ook nog even naar de nadelen kijken. Wat kost het je als je nee zegt? Een nadeel kan zijn dat de ander teleurgesteld is of boos wordt als jij nee zegt. En dat had jij kunnen voorkomen als je - zoals altijd - gewoon ja had gezegd. Maar wat gebeurt er dan met jou en met wat jij wilt? Wat zegt het over de ander als die jouw grenzen niet accepteert? Hoe gelijkwaardig is jullie contact dan? Is dat wat je wilt?

 

Een ander bezwaar kan zijn dat je het gevoel hebt te falen als je nee zegt. Dat gevoel hebben mensen nog wel eens als ze nee zeggen tegen bijvoorbeeld een extra taak op het werk. Het zijn vaak mensen die hun bestaansrecht ontlenen aan het ‘doen’, niet aan wie ze zijn. Maar onthoud dat je een ‘human being’ bent en geen ‘human doing’! Als je leeft als een ‘human doing’ leef je als een willoze robot die zich laat aansturen door anderen. Dat wil je toch niet?

 

Maak de balans nu eens op. Wegen de voordelen van het nee zeggen op tegen de nadelen? Zo ja, lees dan verder hoe je in vijf stappen op een respectvolle manier nee kunt zeggen tegen anderen. Zo nee, kijk dan eens naar onderstaande tekening die gaat over het aanleren van nieuw gedrag.

 

 Where the magic happens!.jpg

 

Nee zeggen kan heel spannend zijn als je normaal altijd ja zegt (your comfort zone). Je weet immers nooit zeker hoe je omgeving op jouw nee gaat reageren, totdat je het zegt. En dan

 

kan het gaan zoals je voorspeld had of... magie! Durf jij het risico te nemen? Als je de volgende stappen aanhoudt, kan het bijna niet fout gaan.

 

Stap 1: zeg nee

Dat betekent dus niet om de zaak heen draaien, maar gewoon eerlijk zijn en nee zeggen. Dan is het voor de ander direct duidelijk. Wel zo prettig. Er is niets zo vervelend als een verzoek doen en na een lange inleiding horen dat de ander het niet gaat doen. Toch?

 

Stap 2: geef maximaal één reden

Je hoeft geen reden te geven, maar als je dat toch wilt doen, geef er dan maximaal één. Als je meer redenen geeft, vergroot je namelijk de kans op discussie en dat wil je niet.

 

Stap 3: toon begrip voor de teleurstelling van de ander

Het is logisch als de ander teleurgesteld reageert op jouw nee. Dat zou jij ook zijn als je iets graag wilt en niet krijgt. Gun de ander dus zijn/haar teleurstelling en toon begrip. Dit kun je doen door bijvoorbeeld te zeggen: “Ik zie dat je teleurgesteld bent.”.

 

Stap 4: geef een alternatief

Je hoeft het probleem van de ander niet op te lossen, maar je kunt wel meedenken in oplossingen. Zeker als je een alternatieve oplossing weet, bied die dan. De ander kan daar enorm mee geholpen zijn.

 

Stap 5: herhaal nee als de ander blijft aandringen en benoem het gedrag van de ander

Dit is een stap die veel mensen overslaan. Ze gaan zich verdedigen of blijven in herhaling vallen. Heel vermoeiend voor beide partijen. Er is dus een andere manier. Zeg dat je het vervelend vindt dat de ander zo aan blijft dringen en vraag de ander daarmee te stoppen. Negen van de tien keer stopt de ander dan wel. Vind je dit te bot of hard om te zeggen? Vraag jezelf dan af wie er nu werkelijk bot doet. Jij of de persoon die jouw grens niet accepteert?

 

Ik hoop dat ik je met dit artikel help om assertiever te zijn, zodat er meer ruimte is voor jou en magie in je werk en leven!

 

© Petra van Reek | IK-werk

 

Ik ben benieuwd naar je reactie!

Heb jij ook moeite met nee zeggen? Helpt dit artikel jou om beter voor jezelf op te komen? Ik hoor het graag. Laat je een reactie achter?

 

 

> 4 reacties

> Plaats reactie

 


 

Help, ik MOET zo veel! 5 tips om te ont-moeten

Gepubliceerd op 17 februari 2011 door Petra van Reek

 

Van hard werken wordt niemand ziek, maar van te weinig ontspannen wel. Daarom in dit artikel vijf tips die bijdragen aan een meer onstpannen werkhouding.

 

Tip 1: denk in termen van ‘willen’ in plaats van ‘moeten’

Deze eerste tip wil ik graag illustreren met een leuke ervaringsoefening. Schrijf eens drie dingen op die écht moeten. Gewoon in het algemeen. Dus niet alleen wat je van je manager moet, of van je partner of van jezelf, maar in het algemeen in werk en privé.

 

Gelukt? Mooi. Pik er dan eens één uit en daag jezelf uit met de volgende vraag. Moet dit echt? Staat het ergens in de wet geschreven dat jij dit moet? Nee? Dan valt die dus af. Dat is één!

 

Wat heb je nog meer staan? Iets wat wél van de wet moet, zoals belasting betalen? Vraag jezelf opnieuw af of dit écht moet. Er zijn namelijk ook mensen die geen belasting betalen.

 

Ja, die krijgen dan een boete en dat wil jij niet. Toch? Maar dan hebben we het dus niet over moeten, maar over willen. Two down, one to go.

 

In trainingen is er op den duur altijd wel een deelnemer die zegt: “Ik moet eten, anders ga ik dood!” “En dat wil je niet?” antwoord ik dan altijd. Dan hebben we het dus weer niet over moeten, maar over willen. Ik hoor je bijna denken: “Ja, zo ken ik er nog wel een paar! Zo moet ik niks!”

 

Klopt! Je moet helemaal niks. Het zijn allemaal keuzes die je maakt omdat je iets wilt, zoals een bepaald inkomen of een goede ouder zijn. We leggen onszelf dus heel veel op of laten ons heel veel opleggen door anderen.

 

Het klinkt misschien flauw om zo over woorden te vallen, maar voel eens in je lijf wat ‘moeten’ met je doet. Wat gebeurt er met je als je tegen jezelf zegt dat je moet werken of een goede ouder moet zijn? Je hebt ineens het gevoel geen keuze meer te hebben, je blik vernauwt, je ademhaling gaat omhoog en je spieren spannen zich aan. Kortom: de spanning in je lichaam bouwt zich op. Voel je het?

 

En wat gebeurt er als je moeten vervangt door willen? Dus je wilt werken, je wilt een goede ouder zijn etc. Je ontspant weer. Voel je het? Dat komt omdat je ineens weer keuzevrijheid ervaart. Jij bepaalt wat jij wilt en dus ‘moet’! Lucht dat niet op?

 

Tip 2: neem minstens één keer per dag een time-out van drie minuten

Ook deze tip kan ik het best illustreren met een simpele ervaringsoefening. Ik doe deze oefening zelf vaak als ik het heel druk heb, me gejaagd voel en van alles tegelijk ga doen.

 

Hij helpt me dan om letterlijk weer even op adem te komen, zodat ik weer met rust en energie  geconcentreerd kan werken. Ik hoop dat jij er ook wat aan hebt. Zo niet, dan zijn er gelukkig nog meer tips. ;-)

 

Schuif je bureaustoel even wat naar achteren, ga rechtop zitten en zet je voeten plat op de grond. Sluit je ogen en focus op je ademhaling. Voel hoe de lucht je neus in en weer uit gaat. Voel je borstkas meebewegen met de luchtstroom en ervaar het ritme. Na ongeveer een  minuut vraag je jezelf af wat je waar voelt in je lichaam. Voel je spanning in je schouders? Ga er dan even met je aandacht naar toe en ontspan ze. Heb je pijn in je rug? Ga dan verzitten zodat je rug kan ontspannen. Als je gedachten met je aan de haal gaan (“Wat een stomme oefening!” of: “Ik moet door!”), breng je aandacht dan weer terug naar je ademhaling en blijf hier nog zo’n twee minuten op gefocust. Open dan je ogen en schuif je stoel weer aan je bureau. Hoe voel je je nu?


Tip 3: realiseer je dat de wasmand nooit leeg is

Je werkt hard om alles af te krijgen. Maar al snel merk je dat dit een onbegonnen taak is. Want net als jij al je mails hebt beantwoord en je mailbox helemaal hebt opgeruimd, komen er weer tien nieuwe binnen. Het werk is nooit af! Doe jij iets verkeerd? Nee, het is een feit dat je werk nooit ‘af’ is. Net zoals de wasmand nooit leeg is. Als je dit kunt accepteren scheelt dat een hoop onnodige stress. Want hoe erg is het dat het nooit af is?

 

Tip 4: luister vaker naar je eigen helper

Heb jij net als ik zo’n slavendrijverin je zitten? Zo’n stemmetje dat continu opdrachten geeft? “Als je dit artikel af hebt, kun je daarna gelijk verder met je mail en administratie. En begin nou vanavond écht aan dat boek, want je moet als professional wel je vakliteratuur bijhouden!” Herkenbaar? Vermoeiend soms hè?

 

Het helpt als je je realiseert dat het maar een stemmetje in je hoofd is. Het is niet wie jij bent. Want je bent een veelzijdig mens en hebt dus meer kanten in jezelf. Toch? Misschien herken je in jezelf ook wel een levensgenieter, een clown of een helper die altijd klaarstaat voor anderen. Maar heb je ook een helper die klaarstaat voor jou? Die jou helpt (en toestaat!) af en toe te ontspannen? Zo niet, wordt het dan niet eens tijd om deze te introduceren en er eens wat vaker naar te luisteren? Zie jezelf als de regisseur van de stemmen in je hoofd. Als jij de leiding neemt over al je innerlijke stemmen, gaat er geen één meer met je aan de haal!

 

Vind je dit een leuke manier van kijken naar jezelf? In een persoonlijk coachingstraject kunnen we alle stemmen in kaart brengen die jouw handelen in het dagelijks leven beïnvloeden. Hiermee vergoot je je zelfinzicht en krijg jij weer de regie over je eigen leven in handen!

  

Tip 5: geniet van je successen

Als nuchtere Hollanders houden we erg van ‘gewoon doen’, want dat is al gek genoeg. We stellen onszelf doelen en werken er hard voor om ze te halen. Als dat gelukt is zetten we een vinkje en zijn we alweer gefocust op ons volgende doel. Waarom? Waarom niet even stilstaan bij je succes en – doe eens gek – jezelf belonen voor je prestaties? Waar doe je jou een plezier mee? Een nieuwe cd, een boek, een avond sporten? Jij weet het zelf het best. En het levert meer op dan je denkt! Niet alleen de beloning, maar ook meer werkplezier, motivatie, energie en zelfvertrouwen.

 

© Petra van Reek | IK-werk

 

Ik ben benieuwd naar je reactie!

Welke tips zijn voor jou zinvol? Welke heb jij er misschien nog aan toe te voegen? Ik lees je reactie graag! Je kunt hem hieronder plaatsen.

 

 

> 3 reacties

> Plaats reactie